Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Godelieve heeft veel verdriet gehad, tante Gonda," fluiterde Roswitha toen zij boven waren. „Maar enkel leed heeft zij niet meer. Als u wist wat Ehrenfried voor haar is geweest!... Friedel is zoo goed. Later vertel ik u meer."

Dat meerdere kreeg jonkvrouw Gonda van Roswitha nog dien zelfden avond te hooren.

— Friedel is zoo goed, zoo goed "

Jonkvrouw Gonda vroeg zich een oogenblik af of Roswitha's stemming tegenover Ehrenfried veranderd was. Maar Roswitha het haar niet lang in dien waan.

— Godeheve en Ehrenfried samen, tante Gonda! Dat zou heerhjk zijn en zoo gelukkig voor beiden!"

— En hoe is het mijn eigen heve vertelster zelve gegaan ? Haar taak is moeilijk geweest."

— Met mijn weg altijd recht voor mij uit! en zooveel hulp!

Toch ben ik dikwijls wanhopend ongeduldig en beangst en ongelukkig geweest."

Jonkvrouw Gonda streelde de hand die in de hare lag. Hoe weinigen volgden den rechten weg.

— Blijft graaf Auersperg bij den Keizer? Zullen wij hem hier niet zien?" vroeg zij.

— Vader heeft Ehrenfried en graaf Auersperg beiden voor later gevraagd."

— En je zult bhj zijn hem terug te zien, Roswitha?" Roswitha sloeg haar arm om jonkvrouw Gonda's hals:

— U zult ook bhj zijn hem te leeren kermen, tante Gonda."

Jonkvrouw Gonda toonde zich met dit antwoord tevreden.

Sluiten