Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

N°. 37. ONDER HET BOEZEROEN.

Matig snel

it De

2. Een

3. De

-—F-—

zee is hoog; de storm-wind nood-schot klinkt; het strand-volk storm-wind giert; de bran - ding

huilt En slaat het bro - ze schip, Op reis naar gaat En waagt zich in de boot; Ze zul - len kookt; Zij ken - nen geen ge - vaar; Men roept hen

'tlie - ve va - der - land, de ar - men red - den, of we - der; 't ant - .woord is j

Te ber - sten Ze vin - den Voor - uit, ons

Iets sneller.

op een klip. zelf den dood! doel ligt daar!"

In

't eind hun

Sluiten