Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRONNEN.

3

achtergrond. Een uittreksel uit dit werk verscheen in 1789: Brevis expositio reipublicae Batavae in usum auditorum.

Nadat Pestel als aanhanger der stadhouderlijke regeering van zijn ambt was ontzet, deed hij van het werk van 1782 een „editio nova, recognita et auctior" verschijnen (1795). Deze nieuwe uitgaaf was van een zeer breeden aanleg maar bleef onvoltooid. Er zijn twee deelen uitgekomen, waarvan het eerste het staatsrecht der Republiek in het algemeen, het tweede dat van Gelderland, Holland en Zeeland omvat. Het derde deel, voor het staatsrecht der overige provinciën bestemd, bleef achterwege.

Op Holland in het bizonder heeft betrekking het langen tijd beroemde werk van Pestel's ambtgenoot Adriaan Kluit: Historie der HoUandsche Staatsregering tot het jaar 1795, verschenen in vijf octavo deelen van 1802 tot 1805. Het heeft in zijn oorsprong een groot gebrek: het is een uitbreiding van een vroeger polemisch geschrift van Kluit: De Soevereiniteit der Staten van Holland verdedigd tegen de hedendaagsche leer der volksregering (1785, herdrukt in 1788), waarin hij het politieke handboek der patriotsche partij, de Grondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezen (eerste deel 1784, tweede deel 1786) zeer gelukkig op historische gronden had bestreden. Ook zijn later werk is eenigermate een politiek geschrift gebleven, niet volkomen onpartijdig.

De andere provinciën hebben weinig waarop te roemen valt. Voor Gelderland is te vermelden een Geschiedenis der Staten van Gelderland van den oorsprong tot heden door G. A. de Meester (1864, twee deelen); voor Groningen in het bizonder is nog steeds van belang het overigens zeer verwarde Staatsrecht der Vereenigde Nederlanden vertoond volgens de geschiedenissen der stad Groningen van S. H. van Idsinga (1758—'65).

Nevens de beschrijvingen van, komen de verhandelingen over de bestaande staatsinstellingen in aanmerking. Geen zijn er van meer gewicht dan de Staatkundige Geschriften van Simon van Slingelandt, in 1784 in vier deelen verschenen, maar reeds vele jaren te voren door Slingelandt opgesteld in zijn verschillende betrekkingen van Secretaris van den Raad van State (sedert 1690), Thesaurier-Generaal (sedert 1725) en Raadpensionaris van Holland (1727—1736). De familie besloot tot de uitgave omdat verschillende schrijvers van naam met plagiaten uit zijn in hand-

Sluiten