Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

DE STAAT VAN KAREL V.

blijven. Algemeene oorzaken brachten ook buiten Lotharingen de hertogelijke macht in verval, zoodat zij weldra niets kenmerkends hertogelijks meer had en alleen bepaald werd door de waarde van het landbezit der hertogen zelf, want bij het toenemen der immuniteiten gaven al minder en minder personen aan den heerban gehoor. In den aanvang der 12de eeuw werd, bij het uitsterven van het huis der Ardennen, de hertogelijke titel van Neder-Lotharingen een twistappel tusschen de gravenhuizen van Limburg en van Leuven. Sedert 1155 bleven de graven — nu hertogen — van Limburg in het bezit van de goederen van het geslacht der Ardennen aan en over de Maas; de gewezen graven van Leuven bleven in het bezit van een ander deel, en noemden zich voortaan hertogen van Brabant en Lothrijk (Lotharingen). Brabant is een oude gouw in de tegenwoordige Belgische provincie van dien naam, ten westen van de Hespengouw gelegen. Doch de hertogstitel duidde voortaan geen van die der graven onderscheiden macht meer aan, en werd nog slechts om het hooger aanzien dat de herinnering er aan verbond door de graven begeerd, en bijwijlen door den Keizer hun verleend; zoo in 1339 aan Reinald II van Gelre.

De geschiedenis van dit graafschap Gelre biedt een goed voorbeeld aan van de wijze van ontstaan der leenstaten in deze streken. Oude gouwnamen op den bodem der huidige provincie Gelderland zijn Hamalant (op den rechteroever van Rijn en IJsel, van Emmerik tot Deventer), Felua, Batua, Teisterbant (aan Maas en Waal). De gansche 10de eeuw door en nog in den aanvang der 1 lde komen graven voorvanHamaland, van Teisterbant, graven op de Veluwe, maar geen van hen heeft een dynastie kunnen stichten. In het begin der 11de eeuw, na heftige twisten tusschen deze graven en het uitsterven van sommige hunner huizen, worden eenige goederen in de ten zuiden van het tegenwoordige Gelderland gelegen strook tusschen Maas en Rijn door den Keizer in leen gegeven aan twee uit Vlaanderen gevluchte broeders, stichters der grafelijke huizen van Wassenberg (of spoedig naar een nabijgegen stadje: Gelre) en Kleef. De graven van Gelre bezitten weldra ook goederen in de voormalige gouwen Teisterbant en Hamaland. Het grootste deel van Hamaland echter is in handen van graaf Otto van Zutfen. Diens eenig overgebleven kind Irmingard huwt in 1130 Gerhard II van Gelre, en brengt zoo het graafschap Zutfen aan het Geldersche huis. Op de Veluwe maakten de hertogen van

Sluiten