Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

DE STAAT VAN KAREL V.

Henegouwen erven Holland en Zeeland. In Namen komt een zijlinie van het Vlaamsche huis aan de regeering. Zoo blijven in de 14de eeuw slechts vijf aanzienlij ke dynastieën in deze landen over: de Vlaamsche, de Brabantsche, de Beiersche als erfgenaam der Hollandsch-Henegouwsche, de Guliksche als erfgenaam der Geldersch-Zutfensche, de Luxemburgsche. Met uitzondering van het Guliksche, eerst in 1372 in Gelre en Zutfen opgevolgd, waren al deze huizen door huwelijken op het nauwst aan elkander verwant. Verre de gewichtigste der Nederlanden begonnen elkander in maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling aanmerkelijk te gelijken, een ontwikkeling die meer onder Franschen dan onder Duitschen invloed had gestaan. De Fransche invloed had het eerst op Vlaanderen, daarna door bemiddeling van Vlaanderen op Brabant en op Holland gewerkt. Luxemburg vertoonde een geheel Duitsch karakter; ook Gelre en de noordoostelijke gewesten hadden den invloed uit het Zuiden nog weinig ondergaan. Artois, Henegouwen, Namen, Luik en een deel van Vlaanderen spraken en schreven Fransen; in het grootere deel van Vlaanderen, in Brabant, Holland, Zeeland en het Nedersticht had zich een gemeen-Middelnederlandsche schrijftaal met eigen letterkunde ontwikkeld. Nauw verwante Nederduitsche dialecten werden gesproken en geschreven in het Limburgsche, het Geldersche, en in de overige heerlijkheden van het sticht Utrecht; het Friesch in Friesland en de Friesche gouwen der tegenwoordige provincie Groningen. Doch deze gewestspraken weken, met name wat de schrijftaal aangaat, voor het gemeen-Middelnederlandsch terug. Onze voorouders noemden deze taal dietsch, duutsch, d. i. de volkstaal, in onderscheiding van het latijn der Kerk en van de geleerden, en van het walsch der zuidelijkste Nederlanden en van de Vlaamsche en Henegouwsche vorstengeslachten.

Nadat de naam Neder-Lotharingen in onbruik is geraakt, worden deze gewesten in Latijnsche oorkonden aangeduid als terra inferior, terrae inferiores, neder;landen, de „lage landen bider zee" zooals een bekende kroniek uit den aanvang der 15de eeuw het uitdrukt. Zij zijn zich zekeren samenhang zeer goed bewust, met name de drie of vier voor de beschaving gewichtigste: Vlaanderen, Brabant, Holland, Utrecht. De elementen tot een gemeen-Nederlandschen staat waren aanwezig.

Geen der inheemsche dynastieën heeft hem mogen stichten.

Sluiten