Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

DE STAAT VAN KAKEL V.

zijn bezittingen tot een koninkrijk Bourgondië te verheffen, dat zoo mogelijk al de landen van het oude hertogdom der beide Lotharingen zou moeten omvatten, „toutes les duchiez, contez et seigneuries, qui sont en bas empire", gelijk het bij de onderhandelingen, te Besancon in 1447 hierover gevoerd, werd uitgedrukt. Maar keizer Frederik III wilde slechts de oprichting van een koninkrijk Brabant toestaan, dat alleen de toen door Füips bezeten rijksleenen zou omvatten. Füips weigerde, en telkens kwamen nieuwe stukken van het begeerde gebied onder zijn invloed. In 1456 wist hij zijn bastaard David van Bourgondië tot bisschop van Utrecht, zijn neef Lodewijk van Bourbon tot bisschop van Luik te doen verkiezen. Dadelijk in 1430 had Füips van Brussel zijn hoofdstad gemaakt; hij legde er den grond tot een centrale Nederlandsche regeering.

Karei de Stoute koesterde nog veel grooter plannen dan zijn vader: hij wüde niet slechts het oude hertogdom lotharingen, maar het gansche tusschenrijk van Lotharius hersteüen, van de Noordzee tot de Middellandsche. Hij zocht dit doel met groote onstuimigheid en overhaasting te bereiken, tastte te veel vijanden tegelijk aan, en sneuvelde eer hij iets duurzaams tot stand had gebracht. Lodewijk XI van Frankrijk maakte van zijn dood gebruik om het groote leen waaraan de dynastie van Füips den Stoutehaar naam ontleend had, het hertogdom Bourgondië, aan de kroon terug te trekken. Thans lag het zwaartepunt der Bourgondische macht voor goed in de Nederlanden.

Eerst de achterkleinzoon van Karei den Stoute heeft de vereeniging van alle Nederlanden onder één huis kunnen bewerken. Hij trad hier op met groote macht, die hij niet slechts aan het Bourgondisch bezit zelf, maar ook, als Keizer, aan zijn leenheerschap over de nog niet daarin opgenomen Nederlanden ontleende. Van den voorlaatsten hertog van Gelder, Karei, die met Fransche hulp een zelfstandigen, aan de Bourgondiërs vijandiger) staat trachtte te vormen uit de noordoostelijke gewesten, ondervond hij nog hardnekkigen tegenstand. Doch Utrecht en Friesland wüden even zoo weinig Geldersch als Bourgondisch worden, en met deze omstandigheid wist Karei V zijn voordeel te doen. Van 1515 tot 1523 streden in Friesland Bourgondische tegen Geldersche benden; in het laatste jaar overwon Bourgondië geheel en al en nam Friesland Karei V aan als heer. Om van de Geldersche aanvallen ver-

Sluiten