Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOUDING TOT HET RIJK.

23

voor, en deelde in 1542 den Keizer haar denkbeelden omtrent de gewenschte verhouding tot het Rijk mede: alle Bourgondische bezittingen in één kreits aan het Rijk verbonden; toezegging van bescherming tegen Frankrijk in ruil voor een zoo gering mogelijke bijdrage in de rijkslasten; behoud van de meest volkomen vrijheid in rechtspraak en bestuur; afschaffing van het recht der bizondere banieren; slechts de landsheer zou zich doen vertegenwoordigen, en de stand der vrije rijksridders met stem in den rijksdag, elders in het Rijk nog zoo aanzienlijk, zou hier geheel vervallen.

De Keizer moest beslissen in zijn eigen zaak. Hij wilde de rechten van het Rijk niet schenden, en had er na 1521 meermalen op aangedrongen, dat zijn provinciën de haar opgelegde verpHchtingen getrouw zouden nakomen. Maar de rijkshervorrning als geheel was reeds mislukt of ten halve blijven steken; de kerkhervorming was gekomen en legde den Keizer nieuwe plichten op. Hij Het zich tot de inzichten der Brusselsche regeering overhalen: haar plan was in het belang van de erflanden die hij aan zijn zoon zou nalaten, en met geringe wijzigingen meende hij het overeen te kunnen brengen met zijn plichten jegens het Rijk. Ook zijn voornaamste raadsman in rijkszaken, de oude kanselier Granvelle, vader van den lateren kardinaal, was het met de regeering te Brussel eens. Maar er moest een gelegenheid worden afgewacht, want het Rijk zou zich zeker verzetten. Die gelegenheid deed zich op toen Karei in 1547 de protestantsche vorsten geheel verslagen had bij Mühlberg; zijn vijanden waren tijdelijk machteloos, en 's Keizers wil gold als wet in het Rijk. Te Augsburg kwamen de rijksstanden bij een; Maria van Hongarije en Viglius verschenen er en bepleitten nogmaals het recht der Nederlanden om van bijdragen aan het Rijk verschoond te blijven. Karei deed uitspraak en stelde de standen het volgende verdrag voor, dat zij thans niet verwerpen durfden: Alle Bourgondische landen worden door hun vorst onder bescherming gesteld van het Rijk, maar behouden tevens al hun bizondere voorrechten. Zij zullen uitmaken een Bourgondischen kreits, en in de gemeene lasten bijdragen zooveel als twee keurvorsten, doch in geval van een Turkenoorlog zooveel als drie. Van alle buitengewone bijdragen aan het Rijk zullen zij zijn ontslagen, met uitzondering van die tot den „Römerzug", den traditioneelen tocht van den Roomsch-koning naar Rome om tot Keizer gekroond te worden. Alleen in geval zij nalatig blijven in

Sluiten