Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHOUDING TOT HET RIJK.

27

Literatuur. — Verhouding der Nederlanden tot het Duitsche Rijk in het algemeen: de Borchgrave, Histoire des rapports de droit public qui existèrent entre les provinces beiges et l'empire d'Allemagne (Brussel, 1870); Rachfahl, Die Trennung der Niederldnde vom deutschen Reiche (Westd. 2eitschr. XIX, 79); Turba, Ueber das rechtl. Verhdltnis der Niederldnde zum deutschen Reiche (Wiener Gymnasia!progr. aus dem XIII Bezirk, 1903). —Matrikel van 1431: Henne, Histoire du règne de Charles-Quint en Belgique, VIII, 318. — Bedoelingen der regeering te Brussel: Correspondance de Granvelle III, 393. — Ontwerp-tractaat door Maria van Hongarije en Viglius in 1548 ingediend: Papiers d'Etat de Granvelle III, 322. — Tractaat van Augsburg: Dumont IVa, 340; vertaald: Groot Placaetboek III, 23.— Brabant betaalt in 1552 aan het Rijk: Henne VIII, 338. — Beroep van Brabant op den Gouden Bul: Wagen aar V, 321, 351; Henne

VIII, 337. — Uitspraak van 18 Maart 1550: Groot Placaetboek II, 2065. — Titels door Karei V in 1540 gevoerd: Utrechts Placaatboek I, 32. — Getal van zeventien provinciën: Fruin, De Zeventien Provinciën en haar vertegenwoordiging in de Staten-Generaal (Verspr. Geschr.

IX, 1); Correspondance de Granvelle VI, 152; Groot Placaetboeck I, 1 en II, 12; Gachard, Correspondance de Phüippe II, IV, 768; Meteren, 422; Bor (uitg. 1601) I, 187verso_ (uitg. 1503), t, 1. Wagenaar V, 257; van Vloten, Geschiedzangen II, 20; van Riemsdijk, de Griffie van Hare Hoog Mogenden, 143.

§ 3. Regeling der Erfopvolging.

Om te verhoeden dat zij ooit weder tusschen de erven van den landsheer verdeeld werden, werd het recht van opvolging in alle Nederlanden op dezelfde wijs vastgesteld, in overleg met de hooge collegièn en met de Staten der provinciën, bij de Pragmatieke Sanctie van 4 November 1549.

Het plan om van de Nederlanden een koninkrijk te vormen is meermalen in beraad genomen, maar nooit ten uitvoer gelegd.

Toelichting. — Van Augsburg kwam Karei in September 1548 naar de Nederlanden, riep tegen October de Staten-Generaal te Brussel bijeen, en ontbood tegen het volgende voorjaar zijn zoon Füips uit Spanje. Den 2den April 1549 deed hij de Staten een tweeledig voorstel: Füips reeds thans in alle erflanden te doen huldigen, en een uniform successierecht in te voeren. Van som-

Sluiten