Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWE KERKELIJKE INDEELIJïG.

31

onder de diocees van Luik; een bezwaar voor hun eenheid, want het werddlijk gebied van dezen bisschop was het eenige der Nederlanden dat niet aan Karei behoorde. Andere streken, in het oosten en in het noorden, vielen onder Keulen, Osnabrug, Munster, Paderborn; het Luxemburgsche viel onder Trier. Een ander bezwaar was dat er geen Nederlandsen aartsbisdom bestond; Luik en Utrecht ressorteerden onder Keulen, en, wat vooral bezwaarlijk scheen, Atrecht, Doornik en Kamerijk onder het Fransche aartsbisdom Reims. De bisschoppen werden gekozen door de hooge geestelijkheid van de diocees, de kanunniken, groot-grondbezitters, veelal van adellijk geslacht; zij postuleer en den bisschop, de Paus bekrachtigt al of niet de gedane keus. Zoo werd de bisschoppelijke waardigheid meest als een voordeelige post beschouwd voor leden van den hoogen adel des lands, die op de benoeming overwegenden invloed had, en was het geestelijk toezicht slap. De vorst wilde den invloed van den adel gebroken, de Paus het toezicht verscherpt zien. De Roomsche curie zon op een ingrijpende hervorming der Kerk, die oude misbruiken zou te niet doen en haar in staat stellen de ketters met meer vrucht te bestrijden. In de besluiten van Trente (1562—'63) heeft paus Pius IV (1559—1565) de bekroning van dit streven mogen beleven. Met zijn voorganger Paulus IV (1555—'59) waren namens Füips door Franciscus Sonnius, kanunnik van Utrecht, onderhandelingen gevoerd over de reorganisatie der Kerk in de Nederlanden. Natuurlijk waren de bestaande bisschoppen.die een groot deel van hun rechten en inkomsten verhezen zouden, zeer tegen de hervorming ingenomen, maar de Paus hoorde hen niet en droeg de voorbereiding op aan een commissie van zeven kardinalen, die door geschenken gunstig voor 's konings wenschen werden gestemd. Hun advies werd gevolgd: den 12d«>» Mei 1559 verscheen tamelijk onverwachts een pauselijke bul, waarbij de nieuwe hiërarchie werd ingesteld, juist toen Füips gereed stond weder naar Spanje te vertrekken; voor de goede invoering der nieuwe bepalingen geen gunstige omstandigheid. In de inleiding van de bul wordt gezegd, dat deze streken bij de vroegere indeeling in diocesen nog weinig bevolkt waren; daarom waren toen weinig bisschoppen ingesteld. Een aanmerkelijk onderscheid in landaard tusschen de verschülende gewesten maakt ook dat de bestaande hiërarchie weinig geëerbiedigd wordt, waarom de Paus

Sluiten