Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

DE STAAT VAN KAREL V.

§ 5. Macht van den Landsheer.

De macht van den landsheer was die der vroegere graven (hertogen, bisschoppen), vermeerderd met de rechten oorspronkelijk aan den leenheer voorbehouden. Zij vond overal haar grenzen in de verkregen rechten van corporatiën en personen. In strijd met dezen toestand vestigde zich de leer, door geestelijken en rechtsgeleerden verkondigd, dat de vorst de volle oppermacht van God zeiven ontvangen heeft, en dat dus voor zijn recht de voorrechten der onderdanen moeten zwichten.

Toelichting. — De schrijvers uit den tijd der Republiek stellen, op voorgang van hun voorouders die tegen Filips in opstand waren, de macht van den landsheer zoo klein mogelijk voor. Zij ontleenen dan hun argumenten aan een stuk van 16 October 1587, uit den tijd van het geschil tusschen de Statenpartij en Leicester: „Corte Verthooninghe van het recht der Ridderschap, Edelen en Steden van Hollandt ende Westvrieslandt", opgesteld voor de Staten van Holland door Francois Francken, pensionaris van Gouda, en op naam der Staten verschenen. Leicester nl., die op de volkspartij steunde, had het gevoelen doen verdedigen dat het volk door de afzwering van den landsheer zijn volle soevereiniteit terugbekomen had, en gerechtigd was het gezag van hem, Leicester, te stellen boven dat van 's volks „dienaren" de Staten. Hiertegen poogt Francken's vertoog te bewijzen, dat de landsheer nimmer had geregeerd dan krachtens opdracht der Staten („den welken (graven) by de Ridderschap en Steden, representerende de Staten van den selven lande, de heerschappye ende souverainiteyt der selver landen wetteïljck is opgedragen ende gedefereert"), en nimmer eenige daad van soevereiniteit had verricht dan met hun bewilliging. Sedert de afzwering van den landsheer zou dus de volle soevereiniteit bij de Staten, te weten bij de beschreven edelen en steden, berusten. De Statenpartij behield de overhand, en haar voorstelling van de vroegere rechtsverhouding tusschen Staten en landsheer werd langen tijd zonder tegenspraak aangenomen, inspireerde ook Huig de Groot, die de dwaling van zijn tijd omtrent den aard en de grenzen van het vroeger landsheerlijk gezag klassiek maakte in zijn boek De Antiquiiate reipu-

Sluiten