Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

DE STAAT VAN KAKEL V.

worden door hem ten uitvoer gebracht, en verder oefent hij toezicht uit op haar uiterhjk bestaan. Hij is de aangewezen schutsheer der Kerk tegen haar wereldlijke belagers, maar houdt tevens de kerkelijke personen binnen de perken van hun geestelijk gebied. In Gelderland is hij dikwijls met hen in strijd over de rechterlijke macht. De geestelijkheid heeft voor geestelijke rnisdrijven en voor alle zaken van het uitsluitend gebied der Kerk een eigen rechtspraak, die dikwijls veel beter is ingericht dan die van den vorst. De onderzaten brengen dus gaarne hun zaken voor de geestelijke rechtbank, ook wanneer die zaken niet tot het gebied der Kerk behooren. De vorst kant zich daar tegen. — Verder breidde zich de invloed der Kerk gedurig uit met de toeneming van haar kloosters en bezittingen, dikwijls ten koste van de wereldlijke nijverheid en landbouw, en bijna altijd ten koste van de vorstelijke macht, want in hoeverre geestelijke goederen vrij waren van belasting, bleef een steeds twistpunt. Tusschen de kerkelijke en de vorstelijke macht bestond dus aanhoudend wrijving.

V. De vorst heeft recht op zekere inkomsten en heffingen. Hij bewijst een aantal publieke diensten, en de middelen zijn aangewezen waaruit hij zich, zijn hof en zijn ambtenaren kan onderhouden. Ruim zijn die middelen niet, doch de regeeringskosten zijn ook zeer gering. In de middeleeuwen bedruipt iedere post zich zelf, door rechten er aan verbonden. Zoo heeft b.v. de baljuw recht op een gedeelte van de boeten die hij oplegt, het andere gedeelte keert hij uit aan den vorst. De post van baljuw is daardoor zeer in trek, zoodat de vorst dien kan verkoopen. De baljuw betaalt den vorst een geldsom, die deze terug moet geven zoo hij den baljuw afzet.

De vorst trekt zijn inkomsten uit domeinen, onder welken naam zoowel rechten als bezittingen worden verstaan. Al de wildernis en al de publieke wateren zijn domein; zij geven rente door de jacht en vischvangst die er op worden uitgeoefend. Domeinen zijn verder het recht van boeteheffing (zie boven) en van tolheffing, die vooral op waterwegen wordt toegepast; de vorst verpacht de tollen. Op den vorst rust de verphchting de publieke wegen in goeden staat te houden, maar aan het onderhoud van wegen te land wordt nog zeer weinig ten koste gelegd in de middeleeuwen. De tolheffing te land komt dan ook niet in vergelijking met die te water.

Sluiten