Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

DE STAAT VAN KAKEL V.

tegen te gaan van belastingontduilring door lieden die hun adellijke afkomst niet konden bewijzen; een zaak van groot gewicht voor het gansche graafschap, want ook elders dan in Kennemerland werd over hetzelfde misbruik geklaagd. Men wendde zich tot den graaf, die „haer daeraf eenen dagh in den Hage leyde", waarop verschenen de voorname edelen van het geheele graafschap, en verder „onse schepenen ende mannen" van Dordrecht, Zierikzee, Middelburg, Delft, Leiden, Haarlem, Alkmaar, Schiedam, Schoonhoven, Geertruidenberg, Gouda en Oudewater. Nadat allen gehoord waren, vroeg de graaf aan een der edelen een uitspraak, die door hem bevestigd werd. De gemeente kreeg gelijk. — In 1327 vinden wij een dagvaart van edelen en steden te Katwijk, beschreven om getuige te zijn van het overdragen der regeering aan 's graven zoon, voor den duur eener voorgenomen reis van den graaf naar Italië, die evenwel geen voortgang heeft gehad.

De naam van Willem III van Holland is ook verbonden aan de oudste Geldersche dagvaart waarvan wij kennis hebben. Graaf Reinald I, bij wien zich teekenen van krankzinnigheid begonnen te openbaren, lag in open twist met zijn zoon; zij vroegen een „zeggen" aan Willem III, die behalve de ridderen en knapen ook de schepenen der Geldersche steden opriep en met hen te rade ging (3 September 1318). „So zegghe wi na rade man, dienstmanne ende schepene vanden steden der graefschape van Ghelren.... (volgt de uitpraak).

Wij zien dus dat de vorst aanvankelijk oproept wie hij wil, en wanneer hij het geraden acht. De instelling ontwikkelde zich gaandeweg: meer en meer is advies noodig, vooral tijdens de verdeeldheden van de tweede helft der 14de eeuw; in Gelder na den dood van Reinald II in 1343, in Holland na den dood van Willem IV in 1345. Beiden hadden een goed deel van hun domeinen verkwist.

In dezen tijd worden de steden een groote macht. Het leven op het platteland is dikwijls niet goed uit te houden. Zoo groeien de steden snel aan, en worden dikwijls opgeroepen. In 1418 komen zij in Gelderland voor het eerst uit zichzelf bijeen.

Reinald IV was kinderloos, en men vreesde dat hij het hertogdom zou verpanden en dat een successiekrijg zou kunnen uitbreken. Den 3den Mei 1418 komen ridders, knapen, hoofdsteden en kleine steden der vier kwartieren eigenmachtig bijeen om een

Sluiten