Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

DE STAAT VAN KAREL V.

ren, opdat een ygelijck sijne stad, en gy altsamen het gansche land helpt voorstaen en verantworden tegens alle die gene, die het souden willen eenigsins vercorten of verongelijcken."

Het was een strijdvraag, hoever de privilegiën gingen van het gansche land. De uitstekendste voorrechten hadden die van Brabant: in de „blijde incomste" van 1356 wordt het recht van opstand tegen een de rechten schendend vorst, en van het aanstellen van een ruwaard in zijn plaats, erkend. Füips van Leiden had de vraag gesteld, of het volk zichzelven helpen mag, wanneer de vorst hen niet beschermt tegen geweld van buiten; mogen in zulk geval de „bonae vülae" „vindicatores" aansteüen? „Videtur quod sic," zegt hij, „quia deficiënte remedio ordinario ad extraordinarium recurritur" (ed. Molhuysen, 193). — De andere gewesten benijdden aüe het uitstekend voorrecht van Brabant, en trachtten te verkrijgen dat het tot al de Nederlanden werd uitgebreid, het laatst bij den vredehandel te Keulen in 1579.

Literatuur. — Dagvaarten van 1305 en 1327 in Holland: Rendorp, 36. _ Uitspraak van Willem III in Gelderland in 1318: Nijhoff, Gedenkwaardigheden I, 182 (cf. CXIII). — Verbonden van 1418 en van 1436 in Gelderland: Nijhoff III, CL en 347. — Toezegging/iran Jan van Beieren in 1418: Kluit, Historia critica comitatus Hollandiae et Zeelandiae IV, 358. — Zoen van Delft: Kluit IV, 365. — Huldiging van Filips den Schoone, Kluit IV, 252. — Bijeenkomen van de Staten op eigen gezag: Bakhuizen van den Brink, Studiën I, 508 vgg. — Beden: Heeneman, de Precariis (1781), vertaald in Staatkundige Academieverhandelingen, I. — De grafehjkheidsrekeningen van Holland en Zeeland onder het Henegouwsche huis zijn uitgegeven door Hamaker in vijf deelen (1875—1880), die van het bisdom Utrecht van 1325—1336door S. Muller Fz. in twee deelen (1889—1890). — Vrijwillige bede van 1323: van Mieris, Groot Charterboek II, 332; van 1334: ibid. 559. — Lof van Willlem III: Rechtsboek van den Briel, 30. — Bedeweigering: Filips van Leiden, 22, 23, 65; Bakhuizen, Studiën lt 440. — Geen vervanging: Wagen aar V, 183, 187. — Verponding in 1436: van der Houve, Handvestchronyk I, 95; van 1462: van Loon, Aloude Regeeringswijze van Holland V, 153; van 1496: de Enqueste uitgegeven door Fruin (Leiden 1876); van 1515: de Informatie uitgegeven door Fruin (Leiden 1866). — Maatregel van Wülem III tegen de toeneming van het vrije geestelijk goed: Staatkundige Academieverhandelingen I, 189; van Karei de Stoute in 1475: Wagenaar IV, 149. — Plakkaten van 1515 en 1518: Fruin, Informatie

620 627. Financieele politiek van Karei V: Brünner, Adviezen

inzake de voorgenomen nieuwe verponding van 1550 (B. M. H. G. XLIII, 129). Brief der Staten van Holland en Zeeland in 1573: Bor I,

Sluiten