Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROVINCIALE REGEERING.

55

460; vgl. pamflet Tiele n°. 126 en Archives de la Maison d'Orange Nassau VI, 347—'48. — Voorrechten van Brabant en eisch te Keulen gesteld : Wagenaar VII, 281; Archives VI, 348; Bakhuizen, Studiën I, 515; pamflet Knuttel n°. 276; David IX, 99—103; Bor I, 19.

§ 7. Provinciale Regeering.

Aan het hoofd der provinciale regeering stond een stadhouder, die de persoon van den landsheer vertegenwoordigde, en de landsheerlijke rechten uitoefende, voorzoover ^ie niet aan den algemeenen landvoogd of aan den vorst zeiven waren voorbehouden. Doorgaans werden meer dan eèn provincie door denzelfden stadhouder bestuurd. Zoo waren Holland, Zeeland en Utrecht onder één stadhouder vereenigd; evenzoo Gelderland en Zutfen; Friesland, Groningen en Overijsel.

In de meeste provinciën bestond nevens den stadhouder een raad, met politieke zoowel als rechterlijke bevoegdheid. Het toezicht op de financiën was aan rekenkamers toevertrouwd. Er waren er twee in de noordeüjke gewesten: een voor Gelderland en Zutfen, een andere voor Holland en de overige gewesten.

Toelichting. — Stadhouder beteekent plaatshouder, luitenant, en werd vroeger in zeer algemetne beteekenis gebruikt. Men vindt gesproken van een „dijkgraaf of die in zijn stede is" (van Miefis II, 57), van den „cureyt of die zijn stadt houdt" (van Hasselt op Kiliaen). Zoo vindt men ook gesproken van een stadhouder of luitenant of verbeider van den graaf. Onder de Bourgondische hertogen komt de benaming gouverneur in zwang.

Van een plaatsbekleeder kan slechts sprake zijn, wanneer de vorst de provincie verlaten heeft. Stadhouders bij tijdelijke afwezigheid van den graaf komen reeds voor onder Willem II en Floris V, nog veel meer onder de Henegouwsche en Beiersche vorsten. Soms laat de graai ach door een commissie vervangen, gelijk in Engeland het grootzegel dikwijls aan een commissie wordt toevertrouwd. Zoo vindt men in 1405 in Holland een stadhouderschap van Füips van Dorp en den burggraaf van Leiden.

Onder de Bourgondische vorsten worden de stadhouders perma-

Sluiten