Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

DE STAAT VAN KAREL V.

historique sur les anciennes Chambres des comptes de Belgique (Bruxelles, 1836). — Rekenkamer in den Haag in 1446: van de Wall, Handvesten van Dordrecht 569; van Son bij Kluit, Staatkundige Academieverhandelingen II, 247, 267. — Rekenkamer van Gelder en Zutfen: Tegenwoordige Staat III, 172.

§ 8. Bestuur van Holland en Zeeland.

De stadhouder van Holland, Zeeland, West-Friesland, Utrecht, den Briel en Voorne was, volgens zijn instructie van 8 Augustus 1559, en zijn cornnüssie van 9 Augustus, belast met de zorg voor de conservatie van de rechten, hoogheid en heerhjkheid van den vorst, met de zorg voor de rechtstjedeeling in samenwerking met het Hof, met het handhaven van rust en orde, ook ten opzichte van de Kerk, met de samenroeping der Staten als de toestand des lands het vorderde, met de vernieuwing der stadsregeeringen volgens het bestaand gebruik, en met de benoeming tot posten. Verder was hij nog belast met het onderhoud der vestingen en van de weerbaarheid des lands, en had hij als kapitein-generaal het opperbevel over de regimenten, binnen zijn gebied gelegerd.

In het algemeen had hij meer toe te zien en misbruiken te weren, dan zelf rechtstreeks te handelen. In alle gewichtige zaken moest hij het goeddunken van de Landvoogdes inwinnen en haar bevelen gehoorzamen, en steeds met de collegiën van bestuur, niet met eigen gekozen raadsüeden, overleggen. Hij was aangesteld voor onbepaalden tijd.

Toelichting. — Er bestond tusschen de verschillende provinciën te groot onderscheid in het bestuur, dan dat men de methode van Thorbecke volgen kan (bij Caan, blz. 36 w.) en uit de gegevens betreffende de verediillende provinciën één beeld ontwerpen. Wij bezitten daartoe ook te weinig instructiën van stadhouders, en die weinige nog uit te verschillende tijden. Voor Friesland kennen wij er een van 1540, welke blijvend is geweest. Voor Gelderland een van 1486, voor den stadhouder Adolf van Nassau. Voor Holland drie: die van 1515 voor Hendrik van Nassau, van

Sluiten