Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESTUUR VAN HOLLAND EN ZEELAND.

59

1540 voor René van Chalons, en van 1559 voor Willem van Oranje. In de laatste instructie wordt verboden haar meer te vertoonen dan noodig is, zoodat zij ook lang onbekend is gebleven. Zij schijnt na 1578, toen de Prins haar aan Amsterdam vertoonde, nadat de stad zich aan hem onderworpen had, in het archief van Amsterdam te zijn verbleven, waaruit zij aan het licht werd gebracht door Wagenaar. Een geheime instructie betreffende de religie kwam sedert uit het provinciaal archief te voorschijn.

Van de instructie moet worden onderscheiden de commissie. Dit is slechts een lastbrief in algemeene termen; bij de instructie wordt alles artikelsgewijs opgesomd.

Dikwijls is er bij de regeering sprake van geweest, de instructies der stadhouders van de verschillende provinciën meer met elkander in overeenstemming te brengen. Zoo raadt Granvelle in een brief van 17 Augustus 1567 uit Rome den koning aan, ze te herzien en zooveel mogelijk terug te brengen tot de bepalingen, die gegolden hadden onder de landvoogdes Maria van Hongarije; verder de begeving van ambten aan de stadhouders te ontnemen, en ze niet te benoemen voor langer dan drie jaren.

Wat omtrent de oudste instructiën der stadhouders bekend is, werd in 1835 bijeengebracht en besproken in de uitnemende dissertatie van Gordon, die echter te veel op de voorschriften en te weinig op de feiten let. Deze fout is uit zijn boek overgegaan, in het dictaat van Thorbecke en in het boek van de la Bassecour Caan. De historie moet hier helpen.

In den titel van den stadhouder worden afzonderlijk genoemd den Briel en Voorne. Deze werden als een afzonderlijk kwartier beschouwd en hadden oudtijds een eigen burggraaf gehad. Later waren zij een apanage geweest voor den oudsten zoon van den graaf; zoo onder Albrecht van Beieren.

Gaan wij de afzonderlijke punten der instructie van 1559 na.

I. Conservatie der rechten, hoogheid en heerlijkheid van den vorst. Hieronder wordt verstaan het handhaven der gehoorzaamheid van allen aan de wetten en aan 's vorsten bevelen; het handhaven van al 's vorsten rechten en praerogatieven, bepaaldelijk van zijn financieele rechten. Dit sluit in zich een toezicht op de domeinen, die hij zelfs moet trachten uit te breiden, doch wier dagelijksch beheer aan de rekenkamer verblijft (art. 36).

II. Recbtsoefening. De stadhouder is president van het Hof,

Sluiten