Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

DE STAAT VAM KAREL V.

een kapitein. Een onbepaald getal vendels werd vereenigd tot een regiment onder een kolonel, die van den stadhouder zijn bevelen placht te ontvangen. Thans echter waren opzettelijk geen regimenten gevormd en hingen de afzonderlijke vendels onmiddellijk van de Landvoogdes af. In strijd met het gebruik hingen sedert 1559 ook de gouverneurs der vestingen onnriddellijk van de regeering te Brussel af. Deze behield zich ook het recht voor om de garnizoenen te verleggen, maar in zijn justificatie van 1567 verdedigt zich de Prins, omdat hij op eigen gezag de commandanten in Zeeland verboden had de uit Brussel gezonden troepen op te nemen, op grond dat vroeger geen stadhouder het leggen van een garnizoen in zijn provincie behoefde toe te laten als hij meende dat dit in strijd was met het pubüek belang. — Ook maakte de stadhouder van Holland aanspraak op den post van AdmiraalGeneraal dier provincie.

Art. 30 der instructie gebiedt dat de stadhouder alleen zal raadplegen met heden die een eed van trouw aan den koning hebben gezworen of in dienst van den koning staan, m. a. w. die deel uitmaken van de pubüeke collegiën.

De stadhouder wordt aangesteld voor onbepaalden tijd. Granvelle had in 1559 gewild: voor drie jaren, doch de groote heeren, die men niet voorbijgaan kon, wilden niet op alle voorwaarden stadhouder worden. In een brief van 11 April 1572 schrijft Alva aan den koning, dat er een nieuwe stadhouder noodig is m het Noorden, maar dat het niet mogelijk is hem aan te stellen voor een beperkt aantal jaren, daar zich dan niemand met den post zou willen belasten.

De stadhouder geniet geen bezoldiging, en art. 37 derinstructie zegt, dat hij geen giften mag aannemen van de provincie waarover hij gesteld is, behalve de gewone vereeringen als hij eene stad bezoekt. Het was voorgekomen dat een stadhouder zich voor groote sommen het overhalen, nalatig te zijn in hefr met de noodige gestrengheid invorderen^ van toegestané beden.

Een instructie als de hier behandelde geeft meer aan wat moet gebeuren dan wat gebeurt. De groote heeren, die stadhouder werden, hadden nog den geest van vroeger in zich, en toonden zich dikwijls vol eigenwaan en aanmatiging. De graaf van Mansfeld, stadhouder van Luxemburg, de markies van Bergen, stadhouder van Henegouwen, stelden eigenmachtig ambtenaren m hun ge-

Sluiten