Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESTUUR VAN HOLLAND EN ZEELAND.

63

westen aan; ook Oranje handelde meer naar oud gebruik of wat hij daarvoor hield, dan naar den geest zijner instructie. Het was zeer zeker de plicht der regeering, de macht dezer groote heeren in het belang der onderzaten te breidelen. Reeds Filips van Leiden zegt, dat het niet goed is den adel hooge posten te geven: „expedit comiti nunquam aliquem habere consiliarium ortüm habentem de patriae suae potentibus" (ed. Molhuysen, 298). — De Spaansche regeering zou zich üever van den lageren adel bediend hebben,, maar die was niet gezien bij hét volk.

Literatuur. — Instructién: van 1540 in Friesland: Schwartzenberg II, 805; van 1486 in Gelderland: van Hasselt, Oorsprong van het Hof van Gelderland, 105; van 1515 en 1540 in Holland: Slingelandt I, 75; van 1559in Holland: Wagenaar, Amsterdam III, 421 en bijlage A.—Bijzondere instructie betreffende de religie: Gordon, Dissertatio de potestate Guilielmi I HoUandiae sub Philippo II gubernatoris, 168. — Brief van Granvelle van 1567: Correspondance de Granvelle, II, 565. — Oproeping der Staten: Gordon, 155. — Electie in vier Hol-

landsche steden, elders coöptatie: Pestel (1» uitgaaf) 258, 277.

Bemoeiing der algemeene regeering met de magistiaatsbéstelling: Fruin, Verspreide Geschriften I, 297—'99. — De afzonderlijke vendels onmiddellijk onder de landvoogdes; Strada, 90. — Afwijzing der naar Zeeland gezonden troepen in 1567: Justification, 196. — Brief van Alva van 11 April 1572: Gachard, Correspondance de Philippe II, I, 239. — Aanmatigingen der stadhouders na het vertrek van Granvelle: Fruin, Verspreide Geschriften I, 339 '40.

§ Q. Hof van Holland.

De stadhouder werd in het vervullen van sommige zijner ambtsplichten bijgestaan, en als hij afwezig was vervangen, door het Hof van Holland, dat wel meer en meer zijn oorspronkelijk karakter van regeeringsraad verloor en een zuiver rechterlijk college werd, maar toch nog altijd iets van zijn oude politieke bevoegdheid had overgehouden.

Toelichting. — In de instructie van het Hof van Holland van 20 Augustus 1531, en evenzoo in de instructie van den stadhouder, komt weinig of niets omtrent de pohtieke bevoegdheid van

Sluiten