Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE OPMERKINGEN BIJ DEN GESCHIEDKUNDIGEN ATLAS.

Bij de samenstelling van dezen historischen atlas is voor de geografische vormen van Nederland tot grondslag genomen de Topografische Kaart des Rijks van het Ministerie van Oorlog. Bekend toch is dat de kaarten van vóór de Krayenhoffsche opname wat de vormen betreft min of meer, de meeste zelfs zeer veel, te wenschen overlaten. Slechts enkele zijn in dit opzicht vrij goed te noemen, zooals die van het Hoogheemraadschap Delfland van 1712 door Cruquius, die van de Uitwaterende Sluizen van Kennemerland en Westfriesland van de 18e eeuw en een paar andere.

Toch geven vele andere kaarten aanwijzingen, waarvan met vrucht gebruik is te maken, als nl. de bedoeling van het voorgestelde duidelijk is. Waar oriënteering en vormen onjuist zijn, kunnen die dan naar de Topografische Kaart worden verbeterd. Intusschen doet zich, wat het teekenen van historische kaarten van Nederland aangaat, eene moeilijkheid voor, die voor dergelijke van het buitenland in 't geheel niet of slechts in geringe mate bestaat, de moeilijkheid nl. die het gevolg is van de aanhoudende veranderingen van den bodem en de wateren in de lage alluviale helft des lands. De natuurlijke gesteldheid van de Rijnprovincie b.v. was in 1300 juist dezelfde als in 1880, op eene weinig beteekenende verlegging of afsnijding van een riviervak na, zoodat in een geschiedkundigen atlas van dat gewest de historie op dezelfde geografische kaart kan worden ingeteekend.

Niet alzoo wat Nederland betreft. Vooral de groote veranderingen in de middeleeuwen in den loop der benedenrivieren in Holland, de tijdelijke en blijvende landverliezen en de gedurige bedijkingen en herdijkingen van gronden, zoowel in het zuidwesten als in het noorden des lands, zijn oorzaak, dat reeds een gering verschil in tijd

Sluiten