Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

wijzigingen meebrengt in de kaart. En dikwijls zeer belangrijke wijzigingen.

Deze atlas nu heeft vele voorstellingen te geven op staatkundig, rechterlijk en kerkelijk gebied, die nagenoeg alle op verschillende tijdstippen vallen, waarop dus ook de physische gesteldheid des lands verschillend was. Ik heb er aan vastgehouden, ook al had dit met het doel der kaart niets te maken, die gesteldheid altijd zooveel mogelijk in overeensternrning te doen zijn met het tijdstip der voorstelling.

Dit geldt echter alleen voor den tijd na 1300 a 1350. Van vóór dien tijd bezitten wij te weinig gegevens om daaruit een eenigszins groot gedeelte der kaart met eenige zekerheid te kunnen construeeren. Voorstellingen van oudere tijden, waarvan enkele ook in dezen atlas voorkomen, zijn meer te beschouwen als veronderstellingen, die trachten zooveel mogelijk de werkelijkheid nabij te komen.

Bedoelde moeilijkheid komt grootendeels neer op de beantwoording der vraag: Welke waren op dat tijdstip de juiste oever- en kustlijnen? Ik heb daarvoor overal genomen de hoogwaterliya. De laagwaterlijn, dus ook de bij ebbe droogvallende gronden, te teekenen zou zelfs voor vele kaarten van het begin der 19e eeuw nog niet mogelijk zijn, — althans zoo deze op eenige nauwkeurigheid mochten aanspraak maken.

Ook heb ik gemeend overal de buitendijken (langs zee en open rivieren) te moeten teekenen. Zonder deze toch zou in de eerste plaats de voorstelling van den natuurkundig-aardrijkskundigen toestand onjuist geworden zijn: dan zouden nl. geheel afgesloten binnendijksche wateren tot rivierarmen of open riviertakken of tot getijrivieren zijn gemaakt, een valsch beeld dus. Daarom zijn de binnendijksche en de buitendijksche wateren ook met twee verschillende kleuren — op deze kaart resp. zwart en blauw — aangeduid. Maar ook de waarde, het gebruik, de geschiktheid voor nederzettingen, enz. van de bedijkte landen en van de nu en dan aan overstrooming blootgestelde buitengronden zijn in 't algemeen zoo verschillend, dat ook voor den geschiedkundige de kennis van het onderscheid van die beide soorten van gronden wel degelijk van belang kan zijn.

Voor het overige meen ik te kunnen verwijzen naar de verklaring op de kaarten zelve en naar den daarbij behoorenden tekst.

A. A. B.

Sluiten