Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

den overtocht niet kunnen beletten, waarbij echter veel Franschen, vooral edellieden, omkwamen en Condé zelf gewond werd.

Daar het leger aan den IJsel nu niet meer alleen Luxembourgs macht aan de overzijde van die rivier vóór zich had, maar door genoemd wapenfeit den vijand ook op de flank en in den rug kreeg, werd dadelijk toen het bekend werd besloten om de positie aan den IJsel te verlaten. Die stelling zelve was trouwens zeer zwak, daar de IJsel weinig water hield — alleen tusschen IJseloord (waar die rivier uit den Rijn scheidde) en Dieren waren 10 doorwaadbare plaatsen — te verdedigen door een legermacht die bijna alle militaire waarde miste. Maar des te grooter was de fout die men beging door het grootste gedeelte daarvan, n.1. 13000 man, in de ITselvestingen achter te laten. Het overige, ongeveer 9000 man, waarvan 5000 man cavalerie, werd bij Arnhem samengetrokken om het naar Holland te doen teruggaan; het kwam reeds 14 Juni voorbij Wageningen, te Renen voegden zich de 2000 Spaansche ruiters onder de Louvignies daarbij en den volgenden dag bereikte het de stad Utrecht, waar gelegerd werd ter weerszijden van den Daalschen Dijk1).

De IJselvestingen werden binnen weinige dagen door den vijand veroverd ; reeds den 16den viel Arnhem, IJseloord werd verlaten, Doesburg volgde 21, Deventer 22 en Zutfen 25 Juni. Aldus gingen 13000 man voor onze verdediging verloren, door hun een taak op te dragen, die men zelf onuitvoerbaar achtte.

Ook alle andere vestingen en min of meer versterkte plaatsen buiten Holland t. N. van de Maas vielen voor en na. Op het toenmalig scheidingspunt tusschen Rijn en Waal werd de sterke, goed voorziene Schenkenschans door den lafhartigen ten Hoven, den 22-jarigen zoon van een burgemeester van Nijmegen, aan den vijand overgegeven. Een afdeeling van het Fransche leger rukte tusschen de groote rivieren voort en maakte zich zonder eenige moeite meester van Kuilenburg, Buren en Tiel en eindelijk van de schansen Voome en St. Andries (21 Juni). Alleen Nijmegen onder den generaal van Welderen bood krachtiger weerstand, maar werd ook na een zesdaagsch beleg overgegeven, waarop Türenne over de Maas trok en 13 Juli te Empel aankwam. Ravenstein en Grave waren toen reeds verlaten en de in Noord-Braband binnengedrongen Chamilly plaatste zijn leger bij Vlijmen en Bokhoven. Ook Amersfoort en zelfs Naarden (20 Juni) waren zonder slag of stoot in 's vijands handen gevallen.

Lodewijk XIV, die op het kasteel Biljoen verblijf hield, zond den markies de Rochefort met 4000 ruiters naar Utrecht en volgde met zijn leger spoedig daarna. De Rochefort trok reeds 23 Juni Utrecht

') De weg van Utrecht naar Amsterdam op den linkeroever der Vecht, nog aldus genaamd naar het vroeger daar staand klooster Mariëndaal of ten Daal.

Sluiten