Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

waren dë Landen van Altena en van Heusden geheel onder water gekomen.

Loevestein was door burgers uit Rotterdam en door waardgelders bezet. Maar de burgers behalve hunne officieren hepen weg en werden toen door 100 soldaten vervangen.

Veel verder naar buiten, dus ver vóór de Hollandsche waterlinie lag de vesting Heusden, waarvan het behoud ook van belang werd geacht voor de verdediging van Holland en waarvan de vervallen vestingwerken in het laatst van Mei grootendeels waren opgemaakt. Zij was voldoende bewapend, maar de bezetting van de plaats zelve, van het fort bij NederHemert en van de schansen bij Elshout en Doeveren was veel te gering; de sterkte was 7 Juli 2 oude kompagnieèn infanterie, 1 kompagnie zeesoldaten en eenige deels onbewapende kompagnieèn van de nieuwe werving; twee kompagnieèn burgers uit Gouda en Schiedam waren weggeloopen. Den 1 Oen Juh verschenen de Franschen voor de vesting, 19en Juli viel Crèvecoeur, maar spoedig daarop vertrokken de Franschen uit Noord-Brabant, Chamüly naar Maastricht en Turenne naar den Rijn om de Brandenburgsche en Keizerlijke troepen die de Republiek zouden te hulp komen, in het oog te houden. Heusden werd daarna niet meer bedreigd.

Heusden werd aanvankelijk gedekt door een inundatie, gesteld door het doorsteken van den Maasdijk op drie plaatsen bij Hedikhuizen, die zich uitstrekte tot den Pruimendijk van Doeveren tot Heusden, — den dijk langs de noordzijde van den ouden Maasloop, toen deze te Hedikhuizen nog niet afgedamd was (later Oude Maasje). De benedendorpen van Heusden en het Land van Altena bleven dus nog vrij, maar werden later toch met water bedekt door het doorsteken van den linker Merwedijk.

Holland werd aan de zuidzijde ook gedekt door de vesting Geertruidenberg. Deze had een hoofdwal met 7 groote bolwerken en niet ver van de stad aan de westzijde lagen 3 forten tusschen de Donge in het Zuiden en de Amer in het Noorden. Aan drie zijden door het water der rivieren ingesloten kon de vesting ook aan de westzijde door een onderwaterzetting worden gedekt; deze Werd dan ook 12 Juh gesteld, ik vermoed door het doorsteken van den dijk langs de Amer.

De bezetting bestond in 't laatst van Juni slechts uit 2 a 3 halve nieuwe kompagnieèn, -samen 75 man sterk en burgers uit Alkmaar, die evenwel wegliepen, evenals daarvóór die van Amsterdam en Hoorn gedaan hadden. Later werd zij vermeerderd, in 't laatst van September tot 13 kompagnieèn, — maar er waren niet voldoende geschut, te weinig kruit, geen geweren, enz.

b. Tusschen de Merwede en de Lek. Deze onderwaterzetting strekte zich uit over de Vijfheerenlanden, het benedengedeelte van de Tielerwaard en een gedeelte van de Alblasser-

Sluiten