Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

nerwaard geïnundeerd. Later schijnt deze echter weer van de overstrooming bevrijd te zijn geworden, toen die van de Loopikerwaard, in het Westen steunend tegen de kaden langs de VTist en aan de oostzijde te niet loopend tegen het aldaar iets hooger hggend terrein omstreeks Montfoort en Benschop, behoorlijk gesteld en Schoonhoven in voldoenden staat van tegenweer gebracht was.

Het heeft echter lang geduurd voordat dit laatste het geval was. Schoonhoven, dat een van de beide toegangen door deze inundatie, den Lekdijk, moest verdedigen, lag aan de achterzijde geheel open en had aan de oostzijde slechts 3 zeer vervallen bastions. Louvignies schreef 26 Juni aan de Staten van Holland o. a.: „que le corps de la ville n'est nullement en estat de deffense pour ny avoir pas un seul rempart ou parapet pour pouvoir faire tirer un mousquetaire a couvert". Het opmaken van de werken vorderde echter zeer langzaam: er was gebrek aan gereedschappen, materialen en vooral ook aan opzicht over de werklieden. Afdoende hulp bleef uit en 26 Nov. moest de toenmalige bevelhebber der plaats, de markies van Westerloo, plaatsvervanger van Louvignies, die met het leger van den Prins van Oranje naar de Zuidelijke Nederlanden vertrokken was, nog aan de Staten van Holland melden: „dat de fortificatiën nogh heel sleght uitgebouwet is." Eerst nadat hij zich tot de Algemeene Staten had gewend, werd den veldmaarschalken Wirtz en Prins Maurits van Nassau 6 Dec. 1672 door de Staten van Holland gelast in alle behoeften te voorzien. Dientengevolge is Schoonhoven in 1672 en 1673 met nog 5 bastions en een diepe gracht versterkt geworden.

De bewapening, aanvankelijk bestaande uit eenige weinige stukken licht geschut, was ook onvoldoende en werd eerst langzamerhand op genoegzame sterkte gebracht.

De bezetting bestond in het begin ongeveer uitsluitend uit de door Louvignies meegebrachte troepen, nl. het regiment van Westerloo, zijnde 500 man Spaansche infanterie en 1000 man cavalerie, waaronder 2 eskadrons Spaansche ruiterij. Er waren slechts 2 kanonniers. Voor een goede verdediging was deze macht onvoldoende; op 1 Oktober evenwel werd zij nog met 12 kompagnieèn infanterie van de nieuwe wervingen vermeerderd.

Op de Lek lag aanvankelijk slechts één uitlegger; in 't laatst van Juh waren er nog 3 bijgekomen; bovendien werd een vlot in de rivier gelegd en werden palen in den stroom geheid. Het aantal uitleggers werd 6 Dec. nog met 2 vermeerderd; op de onderwaterzetting tusschen Lek en IJsel werden 8 Groenlandsche sloepen geplaatst.

De andere toegang werd gevormd door den linker IJseldijk. Deze werd evenals de rechter IJselaijk verdedigd door een werk bij de Goejanverwellesluis, wat daarom nader zal worden besproken bij de volgende inundatie.

Sluiten