Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Mijdrecht en voorts ter weerszijden van den Amstel tot Ouderkerk, de Bullewijk, de Holendrecht, het Gein, de Gaasp, het Smal Weesp en de Vecht en liep aan de N. en W.-zijde samen met die om Amsterdam gesteld.

De landen van het Woerdensch Verlaat tot Akboude werden onderwatergezet, ingevolge resolutie van de vroedschap van Amsterdam van 5 Juh op verzoek van de gecommitteerden van de Staten van Holland, door de kaden langs den rechter oever van den Amstel door te steken. Hierbij valt op te merken dat Amstellandsboezem, zooals wij zien zullen, toen reeds voor de inundatie rondom Amsterdam was opgezet. Later, in de eerste dagen van Augustus, werden nog eenige polders bij Abkoude en Baambrugge onderwatergezet, waarschijnhjk door de kaden langs de Kromme Angstel of de Winkel door te steken.

Deze inundatie was aan de zuid- en oostzijden begrensd door de Hollandsche Kade, de Geere, de Spengensche en Portengensche Kaden, voorts waarschijnhjk door de Demmeriksche Kade, de Vinkenkade en de Baambrugsche Zuwe en door de kaden van den Over-Baambrugschen Polder en de Velderslaan tot den Vechtdijk 1),

De polders ter weerszijden van het Gein tot de Vecht in het Oosten en de Gaasp en het smal Weesp in het Noorden werden dadelijk onderwatergezet, toen Prins Maurits van Nassau te Muiden aankwam, door het doorsteken van den linker Vechtdijk tusschen Weesp en Nichtevecht, zoodat de inundatie reeds 23 Juni voldoende gesteld was. Later n.1.3 Juh deed de Regeering van Amsterdam ook nog de linker Vechtkade boven Nichtevecht doorsteken en de oostelijke kaden langs het Gein, waardoor het Vechtwater in het Gein stroomde en voorts over de westelijke kade heen zich vereenigend met de inundatie van de Amsterdamsche waterlinie.

Bij zijne aankomst te Muiden deed Prins Maurits ook den dijk langs den linkeroever van de Vecht beneden Weesp doorsteken, waardoor de inundatie t. N. van de Gaasp en het Smal-Weesp tot den Zuiderzeedijk ook reeds 23 Juni voldoende gesteld was. Terzelfder tijd deed hij ook den zeedijk tusschen Muiden en Muider berg doorsteken en de sluis in den rechter Vechtdijk te Uitermeer openen *) zoodat eveneens 23 Juni de landen t. O. van de Vecht tot de 's Gravenlandsche Trekvaart en de hoogere gronden langs de Karnemelksloot tot Naarden onder water werden gezet waren en alleen de wegen en dijken aldaar boven het wateroppervlak uitstaken.

*) De grens, aangegeven op de kaart van Sypestein en de Bordes langs de Velthuissloot en den weg waaraan Demmerik en Vinkeveen liggen en t. Z. van de Baambrugsche Znwe evenwijdig daarmee teniet loopend, schijnt minder juist, daar hier geen polderscheidingen of hoogere gronden zijn.

*) Sypestein en de Bordes zeggen, dat dit ook geschiedde door de sluis „op de Kortenhoefsche Zuwe" (M. 71), waarvan zij ook daarvóór reeds spreken (hl. 69). Wat hiermede bedoeld wordt is niet duidelijk. De Kortenhoefsche Zuwe is een weg, waarin geen sluis ligt. Misschien is bedoeld, dat uit de korte Kortenhoefsche Wetering, die open in de Vecht uitkomt, bij de daarop uitslaande molens het Vechtwater op het land gebracht werd.

Sluiten