Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

gemaakt en ter weerszijden van den Amstel een batterij opgeworpen van 4 stukken, enz.

Zulk een uitgestrekte omwalling en de buitenposten vorderden samen een bewapening met een groot aantal stukken geschut. De voorraad van de stad zelve moet wel groot geweest zijn, want uit het magazijn van Holland kreeg zij 11 Juh slechts 18 stukken zwaar geschut en 2 lange mortieren, terwijl na het opbreken van het leger aan den IJsel 54 stukken zwaar geschut en 12 stukken veldgeschut naar Amsterdam waren verzonden. Voor de uitleggers leende de stad geschut, meest hcht, van de Admiraliteit van Amsterdam. Maar er was natuurlijk veel meer noodig. Toch heeft de stad in al het noodige naar behooren kunnen voorzien, want ook aan de linie van Muiden tot Ouderkerk, aan den Uithoorn en het Woerdensch Verlaat en aan Groningen kon zij nog afstaan; op 1 Jan. 1673 bedroeg het daarheen gezondene: 34 zware en 21 ligte stukken geschut, 104000 pond buskruit, 2088 snaphanen en musketten, 600 handgranaten, enz.

Amsterdam had de beschikking over al het kruit, dat op de molens aan den Heiligenweg en te Purmerende gemaakt werd, dat per week 78000 pond bedroeg en later nog tot een hoogere productie werd opgevoerd.

Wat de bezetting van Amsterdam betreft deze bestond aanvankelijk alleen uit schutterij, in April 1672 5 regimenten, sterk 5400 man. Zij werd 11 Juni met 3 kompagnieèn infanterie vermeerderd, terwijl 16 Juh nog 2000 waardgelders en 400 busschieters waren aangeworven. Men had echter, vooral voor de buitenposten, meer eigenlijke soldaten noodig, waarom dan ook herhaaldelijk gevraagd werd. Dientengevolge bestond de bezetting van Amsterdam op 8 Juh uit 60 kompagnieèn schutters (10000 man), 14 kompagnieèn soldaten (2200 man) en 4 kompagnieèn cavalerie (260 man), waaronder 2 vrijwillige kompagnieèn „van de jonkheid vande stad". Door vermindering der sterkte van de betaalde kompagnieèn (soldaten en waardgelders) werd deze bezetting in de tweede helft van Augustus tot ongeveer */, teruggebracht. In November en December werd zij echter met 1800 matrozen vermeerderd.

Om den vijand te beletten uit de veroverde gewesten over zee een aanslag op Amsterdam te doen, was ook verdediging aan de zeezijde noodig. De admiraal de Ruyter zond daartoe uit 's Lands vloot, die toen vóór de Zeeuwsche zeegaten lag, 25 Juni 2 fregatten en 9 jachten naar het Pampus, waar een paar dagen later ook het schip de Admiraal Tromp geplaatst werd.

Ter verdediging van de dijken en wegen die toegangen vormden werden bij de aangelegde werken nog een groot aantal gewapende vaartuigen of uitleggers geplaatst: bij Jaaphannes, op het Nieuwediep, aan den Omval, op de Schinkel bij het Huis de Vraag, op den Amstel bij de stad, den Omval, het Kalfje en Ouderkerk. Ook de waterwegen die toegang gaven tot Amsterdam en tot den Amstel werden nog door veel gewapende schepen verdedigd.

Sluiten