Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31

Luxembourg en de Lorge, die in plaats van Turenne het bevel over de troepen in de Betuwe gekregen had, werden toen nog versterkt met 13 bataljons uit het leger van Chamilly; een af deeling van 8 bataljons infanterie en 1 brigade cavalerie stond toen te Leerdam. Sypestein en de Bordes nemen aan, dat in Oktober 1672 de Fransche troepen in de veroverde gewesten 40700 man sterk waren.

Het Nederlandsche leger werd in den loop van het jaar 1672 gestadig versterkt door werving en met officieren en manschappen, die eerst door den vijand verspreid waren geworden en met losgelaten krijgsgevangenen, die bij het leger terugkeerden. In de laatste drie maanden van het jaar zal het leger ongeveer 55000 man sterk geweest zijn, waarvan ongeveer 9000 man cavalerie. En nieuwe wervingen, ten deele in Duitschland, verhoogden nog gestadig de sterkte; opgaven daaromtrent zijn echter weinig betrouwbaar, omdat er zeer geknoeid werd bij de aanmonsteringen en verscheidene kapiteins bedrog pleegden betreffende het voltallig houden van hunne kompagnieèn door een veel te groot aantal manschappen als zieken op te geven, enz.

Behalve het eigenlijke leger konden tot de levende strijdkrachten gerekend worden de burgers (schutterijen), de waardgelders en huisheden of gewapende troepen. In den zomer van 1672, toen men bevreesd was voor een landing, werden door de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier 169 kompagnieèn huislieden voor de verdediging der kusten bestemd en in 1673 werden — het laatst nog 3 Aug. ongeveer 10000 man — afdeelingen naar verschillende plaatsen aan de kust gezonden. Bij Resolutie van de Staten van Holland van 11 Jan. 1673 werden ruim 20000 burgers en huisheden, in regimenten vereenigd, aangewezen om bij vriezend weder op het eerste bevel op te rukken naar Amsterdam, Leiden, Gouda, enz.

Maar niet alleen in getalsterkte was het Nederlandsche leger toegenomen.

De Prins van Oranje toch, die 4 Juh 1672 tot stadhouder, kapitein- en admiraal-generaal van Holland en kort daarop ook van de Unie was aangesteld en daardoor veel meer macht en bevoegdheden had verkregen, had door zijn geestkracht ook het gehalte van het leger zeer verbeterd. Door oefening en door het handhaven van een strenge krijgstucht had de jeugdige opperbevelhebber de kracht daarvan zeer verhoogd.

Wel kwamen in sommige deelen van het leger bewijzen van een minder goeden geest, gevallen van desertie, enz. voor, maar men bedenke dat de legerinrichting van dien tijd zeer gebrekkig was, dat nl. de huisvesting en de voeding van den soldaat, waarvoor hij veel te weinig vergoeding en soldij ontving, de ziekenverpleging, enz. vooral veel te wenschen overlieten. Op veel plaatsen ontbrak een zelfs zeer eenvoudige ligging en dekking en vooral in den winter van 1672—'73 heeft de soldaat veel koude en ellende moeten doorstaan, wat natuurlijk de oorzaak was van vele ziekteen sterfgevallen.

Sluiten