Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

Maar hoe moet de innerlijke kracht van het leger, althans van een groot gedeelte, zijn toegenomen, als men bedenkt dat de Prins van Oranje het reeds in Nov. 1672 durfde wagen om met een afdeeling naar de Spaansche Nederlanden op te rukken en den vijand buiten onze grenzen te gaan aanvallen, terwijl nog geen half jaar geleden de eenige legermacht van den Staat, het „schroom- ende schrikachtige" legertje aan den IJsel, een vijandelijken aanval niet had durven afwachten!

Nadat de pogingen om met Frankrijk op zeer nadeelige voorwaarden vrede te sluiten waren afgestuit op de nog nadeeliger en zeer vernederende voorwaarden door den Franschen Koning gesteld en nadat ook de pogingen mislukt waren om Karei II van Engeland aan onze zijde te krijgen, werd, mede op advies van Oranje, dien de beide koningen door schoone beloften te vergeefs tot het aannemen van schandelijke vredesvoorstellen hadden trachten over te halen, bij Resolutie van de Staten Generaal van 21 Juh vastgesteld, dat de vredesvoorwaarden door Lodewijk XIV gesteld onaannemelijk waren en dat men zou voortgaan zich met inspanning van alle krachten te verdedigen.

Hoewel aan den rand van den afgrond gekomen, doordat men verzuimd had zich voor te bereiden in vredestijd, werden de gevolgen van die onvergeeflijke fout gelukkig goedgemaakt door de groote, bijna onbegrijpelijke misslagen die de vijand beging. Immers, al Was binnen korten tijd een betrekkelijk groot grondgebied door hem veroverd, uit een strategisch oogpunt kon het begin van zijn veldtocht, waarbij hij zich ophield voor tal van onbeduidende vestingen en zich verzwakte door in al de veroverde stadjes garnizoenen te leggen, nu juist geen bewondering afdwingen. En in plaats van daarna door een snellen marsch met de hoofdmacht tot in het hart van Holland door te dringen, zooals zijn groote veldheeren en vooral Condé wilden, besloot Lodewijk halt te houden in zijn positiën in en bij Utrecht, te Naarden en tusschen de groote rivieren en.... voorloopig werkeloos te blijven!

De onderwaterzettingen vooral schijnen den Koning schrik te hebben ingeboezemd. Want toen de Nederlandsche troepen 19 en 20 Juni op de genoemde 5 punten waren aangekomen 1), waren hier en daar de inundatie's reeds spoedig gesteld en 9 Juh, dus den dag vóór Lodewijks vertrek uit Utrecht, schreef Louvois, de Fransche Minister van oorlog, aan le Tellier, dat de Koning, gezien dat al de toegangen tot Holland overstroomd waren en dat het dus voordat de inundatiën bevroren waren niet mogelijk was er in door te dringen, hij dienovereekomstig zijn bevelen had gegeven. En 31 Aug. nog beval Louvois Luxembourg aan om zijn troepen goed te sparen „pour donner une bataille a la suédoise entre Noël et la Chandeleur."

Sluiten