Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

Leksmond, terwijl de Loosdrechten en vooral Hilversum en Eemnes veel te lijden hadden van de gruwelen en wreedheden der Franschen.

Hoewel Luxembourg herhaaldehjk op versterking van troepen aandrong, kreeg hij die niet, daar de koning vóór den winter niets tegen de vesting Holland wilde ondernemen en eerst dan meer troepen te Utrecht wilde bijeenbrengen. De burgerij van Utrecht en de geestelijkheid waren den Franschen slecht gezind, zoodat de toestand van Luxembourg niet benijdenswaardig was. Hij ging vreezen dat de vijand op zijn beurt hem zou gaan lastig vallen en ernstig aanvallen, — een niet ongegronde vrees, zooals wij zien zullen. Daarom deed hij 18 Sept. Woerden op nieuw bezetten door 2 bataillons infanterie en 1 eskadron cavalerie en de vestingwerken aldaar opmaken, terwijl ook IJselstein en Montfoort van Fransen garnizoen werden voorzien. Te Vreeswijk en bij Jutfaas aan den Doorslag maakten de Franschen verdedigingswerken. De Prins van Oranje begreep dat het nu een geschikt oogenblik was om van zijn kant aanvallenderwijze te werk te gaan, vertrouwende op de goede eigenschappen die hij bij zijn troepen had weten aan te kweken.

Hij ging daarom in op een voorstel van Prins Maurits te Muiden betreffende een aanslag op Naarden, waar het garnizoen in 't laatst van September uit 2 bataillons infanterie en 1 kompagnie cavalerie, samen 1300 a 1400 man, bestond. Den 8sten September zou men op vijf punten de vesting aanvallen, van 't westen over den zeedijk, van de zeezijde op de Huizensche poort, langs de Trekvaart op de Koepoort; een vierde afdeeling met cavalerie zou de heide bij 's Gravenland bezetten om te beletten dat de Franschen uit Utrecht zouden te hulp komen en eindelijk zouden troepen met sloepen over de Zuiderzee naar de haven worden gebracht. Ook bewapende vlotschuiten en uitleggers met geschut bewapend zouden medewerken. De Prins van Oranje zond voor de uitvoering van dit plan 2 regimenten infanterie naar Muiden en Weesp.

Maar de aanslag ging niet door, daar door groote windstilte op zee de troepen van die zijde niet aan land konden komen: bierdoor verliep de nacht gedurende welke de verschillende afdeelingen ter plaatse hadden moeten gebracht zijn.

Bij den terugtocht werden Fransche troepen, van Utrecht naar Naarden gaande, verslagen, waarbij den onzen veel gevangenen en paarden in handen vielen. Ook bij Maarseveen werd een troep Franschen een nederlaag toegebracht.

Eenige troepen, te 's Gravenland achtergelaten, werden 7 Okt. door den vijand aangevallen en gevangen genomen. Den 9en d. a. v. echter werd een aanval op de post bij de Ankeveensche sluis met groot verhes voor den vijand afgeslagen1).

') Kenschetsend voor den aard der krijgsverrichtingen in deze lange landen is hetgeen Luxembourg 10 Okt. over dit gevecht aan Louvois schreef: „Ce pays est inundé; je suis pos té dans la plaine, a la tête des digues, par oü il peuvent venir a moi et sur lesquelles ils

Sluiten