Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

raadschap van Amstelland, dat daartoe later nog hulp uit Kennemerland ontving.

Het openhouden van den Amstel en de Trekvaarten van Amsterdam naar Muiden en Weesp geschiedde door ijsbrekers. Ook werd een geul open gemaakt dwars over het IJ van Jaaphannes tot den Waterlandschen zeedijk, terwijl de grachten van Amsterdam en van de daaromheen gelegen werken ook door breede geulen werden opengebijt.

Om ook aanvallenderwijze tegen den vijand te kunnen optreden zijn bijzondere kompagnieèn schaatsenrijders gevormd geworden, o. a. te Haarlem, die naar het leger te Alfen zijn gegaan, terwijl ook naar andere plaatsen schaatsen zijn gezonden. Waarschijnhjk zijn zij ook hier en daar opgetreden, daarbij gebruik makend van de 200 a 300 stukjes geschut (1, 2 en 3 ponders), die met ijssleden reeds 3 Dec. besteld waren om spoedig geleverd te worden.

Daar de vorst, die omstreeks half December was ingevallen, tegen het einde van die maand in hevigheid toenam, was voor Luxembourg de tijd gekomen om overeenkomstig den wil van zijn koninklijken meester te beproeven Holland over het ijs verder binnen te dringen.

Hij had daartoe reeds in de maand December troepen, ook uit de steden aan den IJsel, enz., om en bij de stad Utrecht samengetrokken, zoodat in 't laatst van die maand in de provincie Utrecht en de stad Woerden ongeveer 15000 a 16000 man infanterie en 1700 a 1800 man cavalerie aanwezig waren.

Luxembourg verzamelde 27 Dec. daarvan 9000 man infanterie en 1400 man cavalerie te Woerden en hoewel het weer veranderde, daar er sneeuw ging vallen, besloot hij toch den voorgenomen tocht te laten doorgaan, 's Avonds van dienzelfden dag deed hij zijn troepen over het ijs in noordwestelijke richting trekken om aldus de kade langs de Mije te bereiken. Voorbij het dorp Zegveld kwamen zij voor een niet toegevroren wetering, waarover een brug geslagen moest worden — wat een paar uur vertraging gaf—en'smorgens 10 uur stuitten de troepen op de insgelijks open liggende Slimme Wetering, die ook overbrugd moest worden.

De brug stortte in toen er 3500 man over waren, waarmede Luxembourg den tocht voortzette, — of de overigen later gevolgd of teruggekeerd zijn is niet bekend. De Franschen schijnen echter te veel noordelijk te zijn getrokken, want zij kwamen onder het vuur van den uitlegger bij de kooi van den Heer van Nieuwkoop, die ze hevig beschoot. Zij gingen toen terug en bereikten eindelijk de kade langs de Mije en langs deze het dorp Zwammerdam. De Nederlandsche manschappen die achter de opgehaalde brug stonden trokken terug, zoodra eenige Franschen op vaartuigen den Rijn overstaken. Over de neergelaten brug kwam Luxembourg met zijn troep toen weldra op den Hoogen Rijndijk.

Toen Luxembourg uit Utrecht vertrok, waren in den post te Bodegraven ruim 4000 man infanterie en waarschijnlijk ook cavalerie onder bevel

Sluiten