Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

bourg, die eenigen tijd bij het leger van Lodewijk geweest was, te Utrecht terugkwam.

Intusschen had onze vloot onder den admiraal de Ruyter opnieuw het vaderland gered. Aan de overmachtige Engelsche en Fransche vloten werden groote verhezen toegebracht in de zeeslagen bij Schooneveld op 7 en 14 Juni en eindelijk werd in den zeeslag bij Kijkduin op 21 Aug. de ■vijandelijke vloot, die 12000 man landingstroepen aan boord had, voorgoed van onze kust verdreven, zoodat geen landing meer te vreezen was.

Toen eenmaal het gevaar hiervoor was geweken en het dus zeker was, dat het leger niet meer aan de zeezijde zou behoeven op te treden, besloot de Prins van Oranje tot den aanval over te gaan. Hij brak daarom 29 Aug. met zijn leger uit Noord-Brabant op met het doel zich van Naarden meester te maken en vestigde 4 Sept. zijn hoofdkwartier te Loosdrecht.

Met de troepen die van Waldeck daar had bijeengetrokken zal de Prins daar toen 25000 man onder zijn bevelen gehad hebben, waarvan 6000 man Spaansche hulptroepen.

Naarden was als vesting niet sterk en slecht bewapend; het was bezet met 3000 man. Den 8sten Sept. werden de loopgraven geopend en in den avond van den 1 len werd de bedekte weg x) na een hevigen strijd van 3 uren genomen. Daarbij hadden zich vooral onderscheiden de dappere zeesoldaten van Palm, die zelf gewond werd en twee van zijn zoons zag sneuvelen, en de Spaansche hulptroepen. Den volgenden dag gaf Naarden zich over en aan de overgebleven 2700 man werd toegestaan naar Utrecht te trekken.

Luxembourg, die bij Zeist een legermacht van 13000 a 14000 man bijeenhad, durfde daarmede den Prins van Oranje niet aantasten. Wel zond hij cavalerie vooruit, die nog bij Eemnes met Nederlandsche cavalerie in gevecht kwam, maar pogingen om Naarden te ontzetten werden niet gedaan.

Na de verovering werd dadelijk overgegaan tot verbetering van de vestingwerken.

Door de verovering van Naarden waren de rechtstreeksche pogingen van den vijand om in Holland door te dringen geëindigd; de rol die de Hollandsche Waterlinie vervuld had was daarmee afgespeeld. De beschrijving van die linie en haar gebruik eindigt dus ook met dat krijgsbedrijf.

Wat voorts nog in dezen oorlog voorviel behoort tot dat gedeelte van zijn geschiedenis, dat hier niet verder behandeld behoeft te worden.

Stippen wij hier alleen nog aan, dat eindelijk de Keizer zich verbond om een leger naar den Rijn te zenden ten einde met de Repubhek den oorlog tegen Frankrijk voort te zetten, dat Frankrijk in Oktober aan Spanje den oorlog verklaarde en dat dientengevolge de Prins van Oranje met een

l) Weg langs de buitenzijde der vestinggracht (contrescarp) gedekt door het glacis, d. i. een lage, flauw naar buiten hellende borstwering.

Sluiten