Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI. DE RENAISSANCE IN ITALIË.

E RENAISSANCE IN ITALIË IS VOOR DE GESCHIEDENIS DER BOUWKUNST verreweg van de grootste beteekenis. Tot voor weinige jaren waren hare regels wetgevend als 't ware voor de geheele bouwkunst. In Italië behoort de Renaissance thuis, waar ze met liefde werd aanvaard als een erfenis van voorouders; in de andere landen werd de Renaissance als een modeartikel geaccepteerd.

Dante Alighieri (f 1321), die den komenden nieuwen tijd lang vooruit voelde, had als dichter grooten invloed op de kunstenaars van zijn tijd. Tevens geleerde, die voor de klassieken voelde, verbrak hij de ketenen, waarin de Middeleeuwsche dogmatiek alle werken en streven gevangen hield, en werd hij de grondlegger van een nationale Italiaansche literatuur. Ook Petrarca (f 1374) en Boccaccio stelden, in navolging van de klassieken, als dichters de studie der natuur boven de scholastiek der Middeleeuwen, evenals Frans van Assisi en de schilder Giotto. Zoo werd de Renaissance in Italië voorbereid door dichters en schilders, en beeldhouwers (kansel aan den dom te Pisa, te Siena), tot in 1420 de bouwkunst de boeien slaakt als Filippo Brunellesco begint met de uitvoering van zijn ontwerp voor den koepel van den Dom te Florence.

De Italiaansche steden vormen in dezen tijd machtige republieken van sterk democratische richting, maar tevens centra van wetenschap en kunst, waar men steeds meer ging voelen voor de wereldbeschouwing van de oude Romeinen. Tengevolge van de ijverige bestudeering van Romeinsche kunst, schrift en mythologie verloor de kerk steeds meer aan invloed en de Middeleeuwsch Christelijke idee aan beteekenis. En niet alleen in Italië, want in Vlaanderen en Holland bezaten de stedenbewoners eveneens een sterk ontwikkeld onafhankelijkheidsgevoel; en geheel onafhankelijk van de ontwikkeling in Italië uitte zich reeds in de 15e eeuw in onze Noordelijke landen het gevoel van persoonlijke vrijheid in een streven naar realisme en naturalisme, waarop de grondvesten van de nieuwe Vlaamsche schilderschool, door de Gebroeders van Eyck gesticht, waren gebaseerd. Doch deze nieuwe richting was hier inderdaad geheel nieuw, zonder dat men zich kon verdiepen in voorbeelden van vroeger, zooals dat den Italianen mogelijk was.

En dat de bouwkunst in de Nederlanden zoo lang achter bleef bij de ontwikkeling, die ze snel in Italië bereikte, dit was het gevolg van het gemis hier aan groote opdrachtgevers, zooals Italië die bezat in haar uitnemende patriciersgeslachten (de Medici, te Florence) en kunstzinnige pausen. Terwijl bovendien alle streven en leven, alle gedachten in de Nederlanden werden bezig gehouden door de hervorming.

In Italië, evenmin als elders, beteekende de kunstenaar iets als zoodanig, doch vormde hij een middel tot bereiking van eenzelfde doel, terwijl zijn denken en kunnen geheel aan banden werd gelegd door kerkelijke voorschriften en middeleeuwsche scholastiek. Doch de reizen, de ontdekking van Amerika, en de uitvinding van de boekdrukkunst, en ten slotte de val van Konstantinopel in 1453, tengevolge waarvan vele geleerden naar Italië kwamen, waren evenzoovele oorzaken, dat streven en denken der kunstenaars van richting veranderde. Ze werden zich bewust als mensch, als individu, en tevens ontwikkelde zich, in verband met de studie der klassieken, het nationaal bewustzijn. En na de geleerden en dichters waren het de schilders, die hun gedachtensfeer losmaakten van de kerk en fieiligenvereering; de traditie moet wijken voor de natuur, en anatomie, perspectief, kleur en atmosfeer vormen voortaan belangrijke onderdeden van hun studie.

De Renaissance is het tijdperk van het individualisme. Geen andere eeuw heeft zoovele en zoo groote mannen voortgebracht. En zoo sterk was de invloed van ieder dier groote menschen, dat de geschiedenis der bouwkunst is een geschiedenis der bouwmeesters. Namen als Bramante, Brunellesco, Rafaël, Michel-Angelo, Palladio, om uit de velen enkele te noemen, duiden evenzoovele stijlrichtingen aan, die onderling sterk verschillen. En niet

Sluiten