Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

550

DE RENAISSANCE IN ITALIË.

Balkons liggen vóór de vensters of Fig. 603. strekken zich langs den geheelen gevel Fig. 617. uit. Rustend op consoles, springen ze buiten den gevel, of wel worden ze gevormd door een te- Fig. 579. rugliggende hoogere verdieping. De balkonlijst wordt door steenplaten, zuiltjes en al heel spoedig door balusters, een in de Renaissance voor het eerst toegepast motief, gedragen. Het balkon is in Italië niet algemeen, behalve in Venetië.

Erkers, overdekte balkons, zijn in Italië betrekkelijk zeldzaam.

Loggia's daarentegen waren reeds in de middeleeuwen in Venetië gebruikelijk; door de bovenverdieping terug te laten springen ontstond een ruime zitplaats, beveiligd tegen overgroote zonnehitte en regen. De logetta of belvedère, een vlak dak, op zuilen of pijlers rus- Fig. 588. tend boven het eigenlijke dak van villa's, diende tot hetzelfde doel.

Aan balcons, op attica's of in de kerken als afscheiding worden ballustraden gemaakt, Fig. 582, bestaande uit gedraaide steenen steunen, die, als ze in lange rijen zijn toegepast, onderbroken c' en ^ worden door postamenten. De baluster in de Vroeg-Renaissance bestaat uit een dubbelen gerekten peervorm; die in de Hoog-Renaissance is minder gerekt, en in de Laat-Renaissance enkel peervormig, met een basement en kapiteeltje. In den Barok wordt het gedraaide profiel vervangen door een rechthoekig of vierkant op doorsnede.

Nissen, naar boven rondbogig beëindigd, met een schelpvormige versiering in het boven- Fig. 585. deel, dienen tot verrijking van de werking van het muurvlak. Door plaatsing van beelden in Fig. 611. de nissen werd het effect zeer verhoogd.

Topgevels of tympans, behooren voornamelijk tot de Laat-Renaissance, en vinden vooral in den kerkbouw hun toepassing. Ze zijn driehoekig en segmentvormig, ongeveer 4 X zoo breed als hoog; en speciaal in Venetië halfcirkelvormig. Ze bieden een uitstekende gelegenheid

Sluiten