Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

566

DE RENAISSANCE IN ITALIË.

• zeer licht, worden zelden pilas: ters toegepast, en is de totaal

• indruk niet zoo grootsch als bij

• het Florentijnsche type. De pa£ leizen openen beneden naar de

• straatzijde door pijlerarcaden.

| HET PALEIS TE VENE- 13.

: TIË draagt in vergelijk met het | sombere, ernstige Toskaansche

• paleis, een meer open en vroo- Fig. 609.

Fig. 615. Palazzo Pandolflni te Florence.

j lijk karakter. Gebrek aan terrein

• was de oorzaak, dat de bouw; meester geen hof of centrum 'i kon aanleggen. Daarentegen

• bezitten ze een bijzondere beko■: ring in den hoofdgevel, die aan

het kanaal ligt. In de benedenverdieping liggen, achter kleine vensters, de kelders; een trap Fig. 587, met klein hoofdportaal geeft toegang naar het inwendige, waarvan de distributie uitwendig duidelijk spreekt; op ieder der beide verdiepingen ligt n.1. een groote zaal in het midden. De vele, door een zuiltje in tweeën gedeelde vensters zijn rondhoekig, terwijl balcons den gevel Fig. 609. een vroolijk uiterlijk geven. Ook alweer in tegenstelling met bovengenoemde paleistypen, is het glasoppervlak grooter dan het muuroppervlak, waaraan bovendien nooit rustica, wel incrustatie voorkomt. In het midden van den gevel ligt vaak een loggia. Overigens is het decoratieve element in den gevel overheerschend, en in de Vroeg-Renaissance overwegend Gothisch.

14. HET PALEIS TE ROME vormt een geheel afzonderlijk type; het is meestal regelmatig van aanleg, doch daar, waar de te bebouwen grond een onregelmatig oppervlak vertoont, zijn door de architecten zeer belangwekkende oplossingen gevonden. Het Romeinsche paleis is een schepping van de Hoog-Renaissance, en meer gebouwd volgens het nuttigheids princiep. De gevel is rustiek, met pilasters en hoofdgestel voor iedere verdieping. Vaak ook zijn de sprekende deelen van den gevel alleen bewerkt, terwijl de rest van het muurvlak gepleisterd is; daardoor vormen de sprekende deelen als het ware een schijnconstructie, waar- Fig. 614. tusschen de muur meer en meer dienst gaat doen als opvulling. Zuilen vinden weinig toepassing; meest zijn de steunende deelen pilasters, half- of driekwart zuilen.

Als de benedenverdieping is ingericht voor het bedrijf, zijn pijlers toegepast, Uit Frankrijk overgenomen is de lange zaal, de z.g. galerij. Nieuw is ook de z.g. tusschen verdieping, voor het dienstpersoneel. De vensters, met uitspringende omlijsting, zijn van geheel ander type dan in Noord-Italië.

Sluiten