Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

" DE RENAISSANCE IN ITALIË.

569

KERKELIJKE BOUWKUNST. 16. Eerst tegen het einde van de vroeg Renaissance begint in N. Italië de kerkelijke bouwkunst zich te ontwikkelen, en in Rome nog later, tijdens de werkzaamheid van Bramante in de periode van de Hoog-Renaissance. In den beginne bleef de bouwmeester te veel aan middeleeuwsche overleveringen gebonden; eenerzijds ging de bouwmeester er slechts schoorvoetend toe over de nieuwe ideeën toe te passen bij den kerkbouw, anderszijds vond het humanisme hevige tegenkanting, als gevaarlijk voor de kerk. Als echter de nieuwe idee steeds meer voortgang maakt, vindt ze voorstanders onder de pauzen, die de Gothische tradities loslaten, om terug te keeren naar Latijnsche basiliek (voor het axiale-) en de Byzantijnsche kerk (voor het centrale stelsel). Nieuwe constructies, of oorspronkelijke plattegronden werden niet gevonden, doch het tot dusver gewrochte werd gewijzigd toe¬

gepast en dan nog voornamelijk bij het zoeken naar grootsche inwendige ruimteontwikkeling. 17. Voor den CENTRALEN BOUW zijn de voorbeelden te zoeken: wat de koepels betreft in die van het Pantheon, van de Aya Sophia en de verschillende baptisteria. Reeds de grootste schilders vonden de centrale bouwwerken als kerken de belangrijkste, getuige de met voorliefde op hun achtergronden geschilderde godsgebouwen.

a. Het grondplan is rond of 8-hoekig. Het gewelf rust dan op muren, waarin vensters en . nissen waren aangebracht.

b. Het grondplan is vierkant, met een ronden koepel op pendentiefs; de koepel kan zich direct boven de bogen ontwikkelen, öf wel tusschen de bogen met pendentiefs en den koepel is een cylindrisch deel aangebracht, de tamboer of trommel. Om het koepelruim kan een omgang of kapellenkrans loopen.

c. Het grondplan is aangelegd volgens een Grieksch kruis zóó, dat de koepelruimte door Fig. 600. 5. de vier kruisarmen wordt vergroot. De koepel rust op vier pijlers, waarbij zich de halve koepels boven de kruisarmen of de vier tongewelven ter hoogte van de groote bögen, waarop

Fig. 618. Palazzo Canossa te Verona.

Sluiten