Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

592

DE RENAISSANCE IN ITALIË.

Pellegrino Tibaldi (1527—1598) is de ontwerper van vele kleinere bouwwerken in de strenge richting van Vignola, hoewel hij in directe aanraking kwam met Michel Angelo. Behalve zijn Palazzo Pazzi, nu Universiteit, werkt hij decoratief aan het Escorial in Spanje.

Van Andrea Marchese, genaamd Formigene zijn het Palazzo Malvezzi-Cambeggi en Palazzo Gibelli, terwijl Palazzo Lambertini, Bentivoglio en Monzani (nu Fioresc) van Triachini (t 1565) zijn.

Milaan. Galeazzo Alessi (1512—1572) is de ontwerper van Palazzo Marino (1560) waarvan de binnenplaats buitengewoon rijk met zuilen, arcaden en loggia's is versierd. De hof van het Aartsbisschoppel ij k Paleis is van Tibaldi, die hier Pe 11 egrini wordt genoemd.

Vicenza. De hier op den voorgrond tredende architect is Andrea Palladio (1518.—1580) die een grondige studie maakte van de klassieke zuilarchitectuur, en de vrucht van zijn studie in 1570 in 't licht gaf: de vier boeken der architectuur. Hoe streng Palladio ook in theorie was, als scheppend kunstenaar was hij vrij. Naar hem is de „Groote orde" genoemd, zuilen, langs de twee verdiepingen van een gebouw doorloopend tot aan de kroonlijst. En ook het Fig. 622. rondboog-venster systeem, zooals dat door hem is toegepast aan de Basilica, een verbouwd Gothisch stadhuis. De benedenverdieping van het twee verdiepingen hooge bouwwerk is Dorisch, de bovenverdieping Ionisch van de groote orde, iedere verdieping afgedekt door een kroonlijst met ballustrade. Aan deze groote halfzuilen zijn beneden Dorische, boven Ionische kleinere zuilen gekoppeld, afgedekt door een stuk hoofdgestel dat met het eene eind tegen de groote zuil rust, en op het andere eind boven de kleinere zuil den boog draagt. Boven dit stuk hoofdgestel, tusschen groote zuil en boog is een rond gat telkens aangebracht, dat oculus (= oog) wordt genoemd. Dit systeem wordt het Palladiaansche genoemd en later zeer veel toegepast, al is het niet oorspronkelijk, maar ontleend aan het paleis van Diocletianus.

Van Palladio zijn nog Pallazzo Marcantonio Tiene (1556), beneden rustiek, Pallazzo Chieregati Fig. 629. (1566), met open zuilenhallen in beide verdiepingen; Palazzo Valmarano (1566), Barbarano (1570), Fig. 603. Orazio Porto en Palazzo Giulio Porto. Het Palazzo Prefettizio (1571) heeft compositazuilen van Fig. 630. de groote orde, eigenlijk wel wat al te zwaar met het oog op de proporties van het gebouw.

Fig. 599. h. Bij Vicenza bouwt Palladio de merkwaardige villa Rotonda, vierkant, met vier zeszuilige tempelfronten aan iedere zijde, met een vrije breede trap ervoor. Het centrum wordt gevormd door een ronde koepelzaal; de breede vertrekken zijn hierom gerangschikt met trappen naar de boven-halve verdieping.

Fig. 637. Ten slotte is van hem ook nog afkomstig het Olympisch theater, als resultaat van zijn studies van het klassieke theater, met orchestra, scène en toeschouwersplaatsen. Door deuren en vensters op de scène hadden de toeschouwers doorzicht op de perspectief van straatgezichten.

Vincenzio Scamozzi (1522—1616) bouwt de bibliotheek van het oude Seminarium, vermoedelijk door Palladio ontworpen. Ook Pallazzo Trissino (1588), Palazzo Corner della Ca grande, en de hof van Palazzo Pisani zijn van Scamozzi, die ook al weer een boek uitgaf: Architettura Universale.

Volgens Serlio's ontwerp werd gebouwd Casa Manosso.

Piacenza. Palazzo Farnese, ontworpen door Vignola, uitgevoerd door zijn zoon.

Sluiten