Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RENAISSANCE IN FRANKRIJK.

625

Fig. 679. Het Louvre, fragment van Lescot.

Andelys werden enkele kapellen gebouwd, o.a. **

twee aan de Kathedraal te Toul, waarvan deeene S

Chapelle des Evêques genoemd wordt; en de ;

Chapelle des Fonts van de Kathedraal te • Langres (1549).

8. DE LAAT-RENAISSANCE. 1580- j

1610. {

Na Hendrik II volgen, tengevolge van ï

burgeroorlogen en Godsdiensttwisten, de •

vorsten elkaar snel op. De laatste uit dit :

tijdvak, Hendrik IV, bouwde minder pa- •

leizen dan wel openbare pleinen, als de •

Place Royale (nu Place des Vosges) en de :

Place Dauphiné. Voorts bruggen en •" breede straten.

Aan de paleizen werden groote brokken • • .........................e....:

natuursteen verwerkt, en de rustica doorgevoerd over alle verdiepingen. Ook baksteenmuren, met natuursteen voor venster- en deuromlijstingen, cordonlijsten en hoeken der muren vinden toepassing. De beide richtingen, de strengere en de vrijere blijven zich steeds meer uiteenloopend ontwikkelen, waarbij de nuchtere strengere richting gaat overheerschen en de dorre, nuchtere opvatting alle karak¬

teristiek Fransche opvatting gaat verliezen.

De Dorische orde wordt bij voorkeur meer dan Ionische of Korinthische toegepast ; ook de rustica aan de zuilen en pilasters wordt aan alle verdiepingen doorgevoerd, en met wormvormig gewonden ornament versierd. Kruisvensters verdwij- Fig. 680. nen. Het ornament wordt zwaarder, ook in het interieur, waar aan plafonds en muren zwaar lijstwerk is aangebracht.

De vrijere en strengere richting overheerschen beurtelings. Onder Lodewijk XIII (1610—1643) wordt eenerzijds een Barok en anderzijds een uiterst sobere richting voorbereid, welke beide richtingen ten slotte eindigen in de Rococo en de Empire. De vrije richting staat onder in-

Fig. 680. Zuilen van het Louvre, tijd Henri IV.

Sluiten