Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV. DE RENAISSANCE IN DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN ZWITSERLAND.

N DE NOORDELIJKE LANDEN BLOEIDE DE GOTHIEK; OP KERKELIJK GEBIED, maar ook in de burgerlijke bouwkunst, en dan vooral in de Nederlanden, waren te prachtvolle resultaten bereikt, dan dat de Renaissance de Gothische elementen spoedig zou kunnen verdringen.

In het begin van de 16e eeuw behoorde Duitschland, en gedeeltelijk ook Oostenrijk, tot het gebied van Karei V (1519—1556), welke machtige heerscher, in Spanje wonend, oorlog voerde

met Frankrijk. Gedurende de eerste helft van de 16' eeuw werd Duitschland geteisterd door den dertig-jarigen oorlog, die het land verwoestte, de bevolking decimeerde en de welvaart te niet deed. Geheel anders dan- in de Nederlanden, waar de 80-jarige oorlog juist oorzaak was van toenemende welvaart en volkskracht.

Vóór 1520 kwam in de Germaansche landen de Renaissance slechts hier en daar tot uiting, en wel uit sluitend in de détails.

De Vroeg-Renaissance duurt van 1520— 1550.

De Hoog-Renaissance van 1550 — 1600.

De Laat-Renaissance van 1600—1650.

De Germaansche rassen begrepen de idealen niet, die de Italianen nastreefden; voor hen beteekent dan ook de Renaissance in geen enkel opzicht een wedergeboorte, onbekend als ze waren met de klassieke overblijfselen. Allereerst vertoonden zich Renaissance elementen op de achtergronden van schilderijen, en op koper- en houtgravuren, die door de teekenaars veel verspreid werden. De fantasieën echter van de Noordelijke teekenaars over nóóit geziene, doch van Italiaansche prenten gecopieerde motieven werden de bron van de klassieke motieven in het Noorden, die onbegrepen en niet doorleefd waren. Ook bekendheid met enkele meubelen en kunstnijverheidvoorwerpen kon niet leiden tot de grootsche Italiaansche opvatting, maar bleven de Noordelijke-artisten klein in hun concepties. Behalve misschien in de Nederlanden, waar de Italianen soms zeer dicht benaderd, soms geëvenaard werden in de kleinkunst.

De Nederlandsche opvatting deed zich vooral gelden in Noord-Duitschland. Van 1550—1600 sprak deze invloed duidelijk in

Sluiten