Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

632

DE RENAISSANCE IN DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN ZWITSERLAND.

Olf

sa

Fig. 689.

Huis te Brunswijk, genaamd van de familie Demmer. 1536.

Fig. 690. Toren van de Kilianskerk te Heilbron (1513—1529).

trokken de architecten naar Italië, om den nieuwen stijl uit eigen aanschouwing te leeren begrijpen. Het reizen bracht veel meer bezwaren mede dan tegenwoordig, en als de architect al eens over deze bezwaren heenstapte, dan nog ging hij slechts naar Noord-Italië, kwam in geen geval verder dan Italië, en bestudeerde nimmer de oervormen van de Renaissance in Griekenland. Slechts de Vroeg-Noorderlijke Italiaansche Renaissance werd, meestal nog oppervlakkig, bestudeerd, en gewapend met deze oppervlakkige kennis de terugreis aanvaard. Een andere bron van studie waren ook nog de scheppingen van Italianen in Duitschland en Oostenrijk; toch waren hier vaak nog de Italianen alleen maar ontwerpers en niet de uitvoerders, en de resultaten dus vaak allesbehalve fraai. Waar Fransche invloeden zich deden gelden, waren deze uitteraard reeds sterk gewijzigd. Z. De eerste Duitsche Renaissancisten waren schilders of beeldhouwers: Hans Burglrmaier, Holbein, Peter Vischer. Vitruvius en Serlio, bewerkt in 1539 door Pieter Coeck van Aelst, vormden voor het Noorden eveneens een welkome bron van studie.

Als architectuur heeft de Duitsche Renaissance geen beteekenis; van prenten was geen ruimtekunst te leeren, doch slechts oppervlakkige kennis te vergaren van decoratieve détails en kunstnijverheidsvoorwerpen. Portalen, erkers, pilasters, zuilen, bladlijsten, consoles, parelranden en eierlijsten, gecombineerd in de meest uiteenloopende proporties soms, werden

Sluiten