Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RENAISSANCE IN DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN ZWITSERLAND.

633

volgens prenten ontworpen. Gevolg: meer een streven naar schilderachtige groepeering dan naar monumentaliteit.

Ook het materiaal heeft nog grooten invloed. In Italië was natuursteen het bouwmateriaal; in Duitschland, ook in de andere Noordelijke landen, vindt natuursteen bijna uitsluitend toepassing voor portalen en hoogstens vensteromlijstingen, cordonlijsten, en, vooral in de Noordelijke Nederlanden, voor kleine blokjes. Voorts werd de baksteen in Duitschland vaak gepleisterd, soms geschilderd. Ook houtbouw komt voor, de z.g. blokhuisbouw, vooral in bergachtige streken, b.v. in het Zwarte Woud en Zwitserland. In de Alpen is de benedenbouw van de huizen van steen, de bovenbouw van hout, met een lange waranda. Vóór zijn

de woonvertrekken, achter de stallen en schuren. Het ver overstekend dak is van hout, bezwaard met zware steenblokken. Dikwijls ook worden de huizen tegen de hellingen gebouwd, zoodat de bovenverdieping als schuur kan dienen, waar zelfs met wagens toegang is van een hooger gelegen weg.

En ten slotte de vakwerkbouw, een houten geraamte, opgevuld door steen. Het geraamte Fig. 691. bestaat dan uit horizontale balken, waarin vertikale posten sluiten, met pen- en gatverbinding. Fig. 693. 4. Voor het schuinverband zijn dan schuine of gebogen posten aangebracht. Een belangrijk voordeel kon met dezen bouw bereikt worden door het laten voorspringen der hoogere verdiepingen.

3. KASTEELEN. In de 16e eeuw verandert geleidelijk de burcht tot kasteel, doch eerst na Fig 700 1650 verdwijnt het middeleeuwsch weerbaar karakter. Aanvankelijk blijven nog langen tijd Fig. 686. 2. de torens, grachten en muren gehandhaafd. De pleinen zijn afhankelijk van allerlei terreinsomstandigheden.' en dus varieerend onregelmatig van aanleg; ook de tijd, waarin het

Sluiten