Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RENAISSANCE IN DUITSCHLAND, OOSTENRIJK EN ZWITSERLAND.

635

dingsgaanderijen tusschen de vertrekken dienst doen. In de Noord-Duitsche landen zijn deze arcaden geen regel. Dikwijls wordt op den hofgevel alle aandacht geconcentreerd. De hoekFig. 695. torens dienen, als elders, tot trappenhuizen voor wenteltrap¬

pen. z,e woraen eenter, in verband met de bestemming, steeds onaanzienlijker, en missen ten slotte volkomen het fraaie karakter van de Fransche hoekpaviljoens.

Fig. 703. Lusthuizen worden de kleinere, een of twee verdiepingen hooge tuinpaviljoens in Duitschland en Oostenrijk genoemd. Meestal bevatten ze één groote zaal, omringd door booggaanderijen.

4. RAADHUIZEN. Bij alle is de bestemming, de benoodigde ruimte en de tijd van ontstaan verschillend, zoodat ook bij alle het grondplan, en soms zeer veel, uiteenloopt. Bij alle blijkt echter een streven naar een waardige Fig. 685. bestuurszetel van de stedelijke gewesten in dezen ontwikkelingstijd van de democratie. Evenals de zucht in het Gothische tijdvak, om zich door grootscher kathedraalbouw te verheffen boven de zustersteden.

Fig. 693. 1. UIm. Eenvoudig Vroeg-Renaissance portaal uit 1588. 2. Rothenburg o. d. Tauber. Erker. 3. Kolmar. Huis met topgevel, portaal en erker. 4. Miltenberg a. M. Vakwerkbouw aan de Markt.

aanleiding was tot het ontstaan van steeds grooter kathedralen, uitte zich dit zeer begrijpelijk streven tijdens de Renaissance in den bouw van steeds fraaier gemeentehuizen. Dikwijls Fig. 705 waren de stadhuizen beneden open door groote hallen of overwelfde verkoopsgaanderijen; Fig. 708

Sluiten