Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI. DE RENAISSANCE IN NEDERLAND.

ET LAAT-GOTHISCHE TIJDVAK WAS VOOR ONS LAND EEN tijdvak van welvaart. In het dicht bevolkte land bloeiden landbouw, handel, visscherij en industrie. De Renaissance, die van 1550—1625 duurt, werd voorbereid door de Humanisten, de bestrijders der kerkelijke leerstellingen, door de

hervorming en door groote mannen, waarvan Desiderius Erasmus aan de spits ging op wetenschappelijk gebied. Op kunstgebied deed de Renaissance reeds lang vóór 1550 haar intrede; de eerste elementen, ontleend aan de Italiaansche Renaissance, vertoonden zich reeds in de schilderijen van Lucas van Leijden, Jan van Scorel, en de werken van Jacob Cornelisz van Oostzanen.

Amsterdam is de voornaamste stad; talrijke raad- en gildehüizen, wagen, vleeschhallen, poorten, weeshuizen en woonhuizen verrijzen, en slechts tijdelijk werd de bouwbedrijvigheid

onderbroken door den 80-jarigen oorlog (1568—1648). Door Antwerpens val in 1585 wordt Noord-Nederland versterkt door de immigratie van protestantsche Zuid-Nederlanders; reeds vroeger vonden talrijke Portugeesche en Poolsche joden hier een gastvrij onderdak. Rijkdom en voorspoed nemen weer toe, vooral als in 1602 de O.-I. Compagnie wordt opgericht. Echter partijtwisten verdeelen het land. Verschillende steden hebben verschillende belangen, wat zich tevens openbaart in het verschillend karakter van de Renaissance bouwkunst in de verschillende steden.

In 1648, als de vrede met Spanje wordt geteekend, is Hollandsen gouden eeuw reeds begonnen. Frederik Hendrik, Tromp en de Ruy ter; Rembrandt en Hals; Vondel en Hooft; Hendrik de Keyzer en Jacob van Campen zijn op verschillend gebied evenzoovele schitterende namen.

De Renaissance openbaart zich in ons

Fig. 727. Muntpoortje te Dordrecht.

Sluiten