Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROK EN ROCOCO IN ITALIË.

717

vertrekt Fontana naar Napels, waar hij in 1609 het Pal. Reale bouwt, een groote, maar vervelende gevel, die later sterk is gerestaureerd geworden.

Carlo Maderna (1556—1629) was een directe leerling van Domenico Fontana; als toonaangever van de meer vrije richting komt hij in dienst van paus Clemens VIII. Hij begint met de voltooiing van de S. Giocomo degli Incurabili (koor en gevel), en de S. Giovanni de' Fiorentini (koor en koepel). In 1603 voltooide hij den gevel van de Fig. 791. Sta. Susanna te Rome, aldus aan de oude basiliek van dien naam een geheel Barok uiterlijk gevend van krachtige schaduwwerking. Deze gevel is naderhand in talrijke variaties gecopieerd. Beneden zijn Korinthische halfzuilen, boven pilasters toegepast, terwijl de vleugels die de zijbeuken verbergen, door groote voluten met de middenpartij zijn verbonden.

De S. Andrea della Valle, die

reeds in 1594 door Pietro Paolo Olivieri was begonnen, lijkt op II Gesü wat het grondplan betreft, en is inwendig een der rijkste kerken geworden.

In 1604 werd Maderna bouwmeester van de St. Pieterskerk; het geleidelijk veranderen van den centraalbouw in een axiale bouw, is Maderna's hoofdwerk, dat in belangrijkheid ver uitsteekt boven zijn andere werken. Voor den centraalbouw plaatste hij drie ondiepe travéeën, en door de kapellen bij den koepel te verruimen, werd de gewenschte overgang van centraal- naar axialen bouw bijna onmerkbaar, en het schip eigenlijk verkort tot twee travéeën; de zijbeuken kregen in vergelijk met de overige ruimten, geringe afmetingen, zoodat de koepels erboven sterk samengedrukt elliptisch werden. De zeer moeilijke opgave is door Maderna gelukkig opgelost. Aan meer critiek onderhevig was zijn groote voorhal, die Fig. 578. over de geheele breedte van het schip werd geplaatst, en inwendig een der fraaiste ruimten uit dit tijdperk is geworden. De gevel is enorm lang, en ingedeeld door groote Korinthische zuilen wat de middenpartij betreft, en pilasters voor de vleugels. De middenrisaliet, afgedekt door een tympan, springt een weinig voor, terwijl op de hooge attiek, die het geheel naar boven afsluit, beelden zijn geplaatst. De gevel, die nu te lang lijkt, zou, indien de beide torens,

Fig. 797. Sta. Maria della Salute, te Venetië.

Sluiten