Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROK EN ROCOCO IN ITALIË.

725

verder dan eigenlijk de technische uitvoering veroorlooft. Pozzo schrijft voorts nog een leerboek over perspectief, en maakte vele groote ontwerpen, die evenwel geen van alle tot uitvoering kwamen.

In Pozzo's geest werkte ook de familie Bibiena, die vooral theaters en theaterdecoraties ontwierpen. Zoo bouwt Fernando Galli Bibiena (1657—1743) het Teatro Reale in Mantua.

In Florence is het vooral Pietro da Cortona, dezelfde die ook in Rome werkzaam is, die decoratieve werken uitvoert, o. a. de beschilderingen in het Pal. Pitti (1640); wanden en zoldering werden hier met zware rijke pleisterlijsten en schilderingen georneerd.

In Bologna bouwt Bartolomeo Provaglia het Pal. Bargellini (nu Davia), waar groote atlanten het balcon boven het portaal dragen.

In Vicenza is het Santuario della Madonna di Monte Berico, in 1668 door Agostino Barella (1679) begonnen; dezelfde bouwmeester werkt ook in München.

Milaan bezit in Francesco Maria Ricchini een architect, die vasthoudt aan de klassieke richting; zijn belangrijkste werk is de herbouw van het Pal. di Brera (1651) met een der mooiste zuilenhoven, (rondbogen op dubbele zuilen), in deze eeuw ontworpen. Van 1605—1638 is hij werkzaam aan den Dom te Milaan, terwijl de door hem gebouwde S. Guiseppe (volt. 1630) is opgevat als een centraalbouw; ook Fig. 605. Pal. Durini en de uitbreiding van het Ospedale Maggiore werden door dezen bouwmeester tot stand gebracht.

Belangrijke monumenten zijn ook in dit tijdperk in Venetië verrezen. De meest beroemde bouwmeester is hier Baldassare Longhena (1604—1682); ongeveer 1650 voltooit hij een der belangrijkste paleizen uit Fig. 800. Noord-Italië, n.1. het Pal. Pesaro; hierbij rusten op een onderbouw twee groote arcadenverdiepingen, in den geest van Sansovino's Bibliotheek van S. Marco. Van zijn andere paleizen zijn nog vermeldenswaard Pal. Battaglia en Pal. Rezzonico (1680), waarvan aan het laatste rustica en de drie zuilenorden zijn toegepast.

Fig. 797. Longhena's hoofdwerk is de prachtige kerk Santa M a r i a d e 11 a S a 1 u t e (1631 — 1687); van deze schitterend aan het water gelegen 8-zijdigen centraalbouw, rust de tamboer op acht groote composita-zuilen; de koepel, binnen 8-zijdig, buiten rond, is van hout, en wordt gesteund door groote sterk gewonden voluten, die van tamboer naar omgang loopen, tegen den muur van welke laatste rechthoekige kapellen zijn gebouwd. Inplaats van een kapel is aan een zijde een aan het water liggend portaal gebouwd, dat eenigszins het karakter draagt van een triomfboog, met tympan, gedragen door vier Korinthische halfzuilen op hooge postamenten. Aan de, het portaal tegenoverliggende zijde, sluit de inwendige ruimte aan bij een rechthoekige, eveneens door een koepel overdekte ruimte. Deze schilderachtige kerk oefende grooten invloed uit op de latere Venetiaansche bouwkunst.

Latere kerken van Longhena zijn de Sta. Giustina en de Sta. Maria ai Scaldi (1646), beide decoratief zeer overladen; de gevel van de laatste kerk werd door Sardi uitgevoerd. Ten slotte werd in 1674 de Ospedaletto-kerk gebouwd.

In Turijn volgde Guarino Guarini (1624—1683) uit Modena geheel de werkwijze van Borromini. Zijn Pal. Carignano (1680) heeft een gebogen middenrisaliet. De beneden- Fig. 787. verdieping met mezzanino, is door Toskaansche pilasters ingedeeld; dan volgt over de eerste verdieping de groote Korinthische orde, waartusschen tevens twee tusschenverdiepingen met zeer barokke vensteromlijstingen; boven het rustica portaal ligt een elliptische loggia.

Sluiten