Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

752

BAROK EN ROCOCO IN FRANKRIJK.

Daarentegen is de Döme des Invalides, van 1675—1706 door J. H. Mansart te Fig. 784. Parijs gebouwd, geheel een centraalbouw, aansluitend bij de S. Louis des Invalides. De gevel hiervan is een 2 verdiepingen hoog klassicistisch tempelfront, met terugspringende vleugels, en een tympan voor de bovenste verdieping.

Een zeer merkwaardige kerkgevel is ook die van de St. Pi er re te Saumur, uit 1675. De twee hoekrisalieten zijn als torenbasissen onversierd, en eindigen boven in kleine baldakijns. Tusschen deze hoekrisalieten ligt een triomf boogvormige ingang, met een driehoekig tympan; de tweede verdieping, als de benedenste, is segmentvormig afgedekt, boven welke boog een ballustrade volgt met in het midden een grooter baldakijnvormigen toren. Ook de gevel van deNötre Dame te Bordeaux is klassicistisch van opvatting, maar in mindere mate.

De décoratie wordt fijner maar ook vrijer. Het overdreven zware gaat verdwijnen, en in plaats van de wapen- en krijgstrofeeën, zware lijsten, guirlanden en hooge breede schoorsteenstukken worden spiegels toegepast. De akanthus is als de Romeinsche, doch teerder, sterker gebogen nog van nerf, waaroverheen de bladlobben vallen. In verbinding gebracht met het bandornament van Bérain, rollen de einden zich voluutvormig op, terwijl in pleister gevormde draperieën en grotesken, benevens een traliewerk van overhoeks geplaatste vierkantjes geliefkoosde motieven vormen.

Ten slotte nadert de indeeling reeds zeer sterk de Rococo indeeling, zonder natuurlijk nog de latere details.

DE RÉGENCE, VROEGE LODEWIJK XV-STIJL. 8. Gedurende de regeeringsjaren van den regent Hertog Philips van Orleans (van den dood van Lodewijk XIV in 1715 tot aan de regeering van Lodewijk XV in 1726) ontwikkelde zich een voorname Fransche salon- en interieurstijl, die nooit een architectuurstijl was, nog minder een volksstijl. Was het hofleven gedurende de laatste regeeringsjaren van Lodewijk XIV strenger en ingehoudener, onder den regent werden de zeden op elk gebied losbandiger.

Deze periode werd op bouwkundig gebied beheerscht door een geboren Nederlander, Gi7/e Made Oppenort (Op den Oordt, 1672—1742), een leerling van Mansart, die in Italië studeerde en sterk den invloed onderging van de Borromineske richting. Zijn tabernakel in de kerk St. Germaindes Prés te Parijs is eigenlijk de eerste consequente toepassing en doorvoering van Rococo-elementen.

Oppenort's ontwerpen voor binnenarchitectuur, uitgevoerd in kopergravure, zijn over geheel Europa verspreid en van verstrekkenden invloed geweest. Hoewel een streven merkbaar wordt naar het meer en meer verwaarloozen van het constructieve principe, blijft het constructieve begrip uit de laat-Lodewijk XIV periode toch nog bewaard: pilasterindeeling met vertikaal consolefries; doch de decoratie is eleganter dan de laat-barokke, en toch krachtiger dan die uit de eigenlijke Rococoperiode. De lijnen en vormen zijn beheerscht met een jufet gevoel voor fijne verhoudingen.

Sluiten