Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROK EN ROCOCO IN FRANKRIJK.

763

invoering van het naturalistische element komen als nieuwe grondvormen nog druipsteen- en grottenmotieven, rotsen, groepen aan linten opgehangen voorwerpen als muziekinstrumenten, huisgereedschap, vischgerei, en zelfs landschapjes met ruïnen, tuinhuisjes, waterpartijen, schommels, kinderfiguurtjes, chinoiserieën en singerieën in zwang. 10. Tuinarchitectuur uit het Baroktijdvak.

Een zeer oorspronkelijk karakter draagt de Fransche tuinarchitectuur. Wel is het park van het Palais de Luxembourg nog van Italiaansch-Nederlandsche opvatting, maar de tuinarchitect. Andvé le Nótre (1613—1700), een belangrijk scheppend kunstenaar, die in Italië gestudeerd had, gaf reeds aan de parken te Fontainebleau en St. Germain en Laye een zeer eigen Fransch karakter. Terecht begreep hij, dat Italië met

het geaccidenteerd terrein aan de parkkunst andere eischen kon stellen dan zijn vaderland. Zijn meesterwerk is het park van Versailles, waar de natuur werd aan banden gelegd volgens een lijnenschema, aansluitend bij de architectuur. Van het kasteel loopen terrassen met lage trappen langs waterbassins naar de 5 K.M. lange hoofdallée, waardoor een oneindig vergezicht wordt verkregen. Bronnen en waterwerken worden door aquaducten gevoed. Het ■ verwijt in later tijd door de bewonderaars van naturalistisch aangelegde parken, als zou Le Nötre met zijn geometrischen aanleg, geschoren taxushagen en architectonische opvatting van de plantengroei der natuur geweld hebben aangedaan is niet juist, daar Le Nötre het park heeft opgëvat als in onmiddellijk verband staande met de architectuur en er een deel van vormende. Immers, hout en steen worden bij den bouw toch ook bewerkt en niet in onbehouwen of onbehakten staat verwerkt. Het geheel werd trouwens van beelden op de juiste plaatsen, tempeltjes, poorten en kleine landhuisjes voorzien. De laatste vonden reeds

Fig. 840. Lodewijk XIV slaapkamer te Versailles.

Sluiten