Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

766

BAROK EN ROCOCO IN FRANKRIJK. »

denzelfden bouwmeester is het voor den bankier Nicolas

Foucquet gebouwde Slot Vaux-le-Vicomte, bij Fig. 828.7. i

M el un.

De middenpartij bevat de vestibule, waar naast de trappen, en een groote ovale zaal. De beide vleugels eindigen in hoekpaviljoens. Ook in dit slot weer decoraties van Lebrun, terwijl de tuinaanleg van Le-Nötre is.

De uitbreiding van de door De 1'Orme gebouwde vleugels van de T u i 1 e r i e ë n door hoekpaviljoens, en, na 1660, de uitbreiding van het Louvre met een Oostvleugel en gedeeltelijk Fig. 825. de Noord- en Zuidvleugels, waardoor de rechthoek wordt gesloten, zijn het werk van Levau, die voor het laatste werk de hulp inriep van zijn leerling Francois Dorbay. Buitengewoon geslaagd mag heeten het middenpaviljoen van de Zuidzijde, waaraan de groote Korinthische orde werd toegepast. Ook het slot van Versailles wordt door Levau uitgebreid tusschen 1661 en 1667, en gedeeltelijk verbouwd. Al deze verbouwingen van Ver- Fig. 828.1.

sailles maken intusschen het bouwwerk niet fraaier, maar eentonig en vervelend, zoodat ten slotte eigenlijk alleen de parkzijde van architectonische beteekenis blijft. ' DeS. Sulpice-kerk werd in 1655 door Levau op een Gothisch grondplan in barokkenFig. 855. stijl begonnen; ook het Collége Mazarin (nu Institut de France) is van dezen architect, gebouwd van 1660—1662. Hier sluiten de gebogen paleisvleugels op fraaie wijze aan bij de koepelkerk in het midden.

Het paleis Tubeuf-Mazarin (1633 — 1640), nu Bibliothèque nationale, is het sedert dikwijls veranderde werk van Pierre Lemuet, die eveneens in 1650 het Hötel de Chevreuse ontwierp, welk hötel getuigt van geheel gewijzigde opvatting in den bouw van een voorname woning.

Het zeer fraaie Maison-sur-Seine bij St. Germain-en-Laye (Maisons-Lafitte), 1642—1651, Fig.828.5,6. is het werk van Francois Mansart. Gebouwd in | l-vorm, met voorspringende paviljoens, is voor ieder der paviljoens nog een lage, balkonvormige voorbouw aangebracht, terwijl de middenrisaliet slechts weinig uit- Fig. 823. springt. De rustige, strenge gevels, die beneden door Toskaansche, boven door Jonische pilasters geleed zijn, vinden hun accentueering in een rijke dakpartij; steile dakvlakken, schoorsteenen en lucarnen zijn het eenige opvallende aan deze eenvoudige en voorname architectuur, waarvan echter het inwendige rijk is, meer LaatRenaissance dan Barok.

Eveneens kenmerkend eenvoudig zijn uitwendig het in 1635 gebouwde Hötel de la Vrillière te Parijs (nu Banque nationale) en het Hötel Jars, uit 1650,

Fig. 844. Lodewijk XIV armstoel.

Sluiten