Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAROK EN ROCOCO IN DUITSCHE,., OOSTENR., ZWITSERL. EN TSJECHO-SLOWAKYE.

779

Fig. 857. München. Vensters van het Preysingsche paleis.

Fig. 858. Trier. Detail van het vroegere keurvorstelijk paleis, 1756.

2.

op technisch gebied niets onbereikbaar was. Deze vaardigheid was de oorzaak, dat de juiste maat voor decoratie uit het oog werd verloren, en in spelenden overmoed alle constructieve ideeën in het interieur werden weggewerkt. Zoodat de aldus voorbereide Rococo geen overgang van wand en zolder meer weet te onderscheiden, overwoekerd als de afscheiding wordt door ornament, terwijl het naar boven afsluitende karakter van den zolder teloor gaat in afbeeldingen van den hemel, gezien door perspectievisch geschilderde schijnconstructies; aldus in dit opzicht meer de Italiaansche, dan de Fransche opvatting naderend.

Na den oorlog bleef het Zuiden tot de Katholieke kerk behooren; de Jezuïten bouwden hier prachtige kerken onder bescherming van de regeerende vorsten, als die te Weenen, Praag en bovenal München. Vormden kerken en kloosters het hoofdbestanddeel van de barokke bouwwerken, ook de vorsten lieten zich op gebied van paleisbouw niet onbetuigd. De klasse der middenstanders was echter aanvankelijk te zeer verarmd om zelf een daadwerkelijk aandeel te nemen in de bouwkunst, doch na 1650 nam de offervaardigheid en lust in het scheppen van monumenten weer toe.

De Italianen, die, tot 1700 voornamelijk in Zuid-Duitschland hun krachten beschikbaar stelden, waren in 't algemeen niet de scheppende kunstenaars, maar grootendeels knappe en handige beeldhouwers, schilders, decorateurs en ambachtslieden, die de techniek van hun ambacht meesterlijk verstonden. Van de eene stad naar de andere trekkend, waren ze aan

Sluiten