Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

:: BAROK EN ROCOCO IN DUITSCHL.. OOSTENR.. Z WITSERL. EN TSJECHO-SLOWAKYE.

787

5. De namen van geheele Italiaansche architectenfamilies zijn aan bepaalde landstreken of steden verbonden. Zoo vinden we te Passau en te Praag werkzaam de familie Lurago, te Weenen de families Carnevali en Bussi, in München, en de overige groote steden in Beieren, de families Zuccali, Viscardi en Quaglio. En verspreid over verschillende steden de families Bianchi, Bibiena en Pozzo.

De groote bouwbedrijvigheid ontwikkelt zich echter eerst na 1750, omdat men in 't algemeen de armoede nog niet te boven was. Dan hebben echter de Fransche stijlen reeds hun intrede gedaan, en niet als afzonderlijke perioden, maar dikwijls tegelijkertijd aan eenzelfde bouwwerk, dat dan achter een Barokui terlij k een innerlijk verborg van een mengelmoes van Lodewijk XIV, Régence en Rococo motieven. Dit mengelmoes was algemeen, en er is in Duitschland dan ook geen sprake van een Wiener- of Münchener school, zooals we in Italië leerden kennen, de Venetiaansche of Milaneesche school, en in Frankrijk een Parijsche school.

In 't algemeen ontwikkelt zich, in Duitschland meer dan elders, de paleisbouw meer in de hoogte dan in de breedte. Het hoofdmoment ligt in het trappenhuis, dat naar de representatieve vertrekken voert, als feest- en ontvangzalen, alle liggend op de eerste ver¬

dieping. Een arcadenhof bleef, als vroeger, gehandhaafd.

Daar voor het paleis geen voorbeelden aan¬

wezig waren, waarnaar men kon ontwerpen, doch deze ontwerpen door buitenlanders (ook Nederlanders) moesten worden geleverd in aansluiting met de in hun eigen land geldende princiepen, moest er noodzakelijk, ter aanpassing aan de plaatselijke omstandigheden, gewijzigd worden. Typeerend is echter de middenpartij met groot portaal en balkon, met hermen, gebogen tympans en zuilen, die naar het trappenhuis voert. De vleugels zijn meest

Fig. 868. München. St. Johann Nepomukkerk.

Sluiten