Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BAROK EN ROCOCO IN BELGIË EN NEDERLAND.

831

3. De raadhuizen vertoonen een streven naar groote ruimteontwikkeling, waarbij vooral op de groote zaal en het trappenhuis de nadruk wordt gelegd, geheel in den geest van de paleizen.

De gildehuizen, zooals die bewaard zijn gebleven aan de Grand' Fig. 910. Place te Brussel, zijn bijna alle gebouwd na 1795, daar de meeste verwoest werden bij de beschieting door den Franschen generaal Villeroi. Kenmerkend is het vasthouden aan de oude traditie van smalle, hooge gevels, al zijn er ook afwijkende typen als het grootsche Vlaamsche gildehuis te Brussel.

Maar de meest brutale barokke opvatting, van de onmogelijkste Fig. 909. detailcombinatie, barokker nog dan Fig. 912. de meest barokke scheppingen uit Fig. 914. Borromini's tijd, vertoonen de poortjes. Deze zijn zeer oorspronkelijk van opvatting en, fantastisch van lijn, niettemin van een bijzondere charme. De voorbeelden gaf Jakob Francquart (1577—1651) in zijn

boek Livre d'architecture (1617); ze werden „Spaansche deurkens" genoemd.

Ook bij de woonhuizen hield men, evenals bij de gildehuizen, aan de oude opvatting vast; Rubens eerste bouwwerk, zijn eigen huis, is, op een tuinpaviljoen na, geheel verdwenen. 4. Overzicht der monumenten.

Brussel. Van den bouwmeester Jacques Francquart was de in 1812 afgebroken Jezuïtenkerk (1606—1616). een overgangstype van Renaissance naar Barok. Francquart was oorspronkelijk schilder, die in Italië studeerde. Zijn Augustijnerkerk (1620—1642) is eigenlijk in opvatting nog een Gothische kerk, gestoken in de nieuwe vormen.

Lucas Faid'herbe (1617—1697) is de architect van de Begijn enk er k (1657-1676), een Fig. 914. driebeukige kruisbasiliek, waarachter de toren verrijst. De gevel drukt prachtig de inwendige driedeelige distributie uit; ieder der één verdieping hooge zijbeukgevels is gekroond door een

Fig. 912. Antwerpen. Poortje uit 1663.

Sluiten