Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVI. BAROK EN ROCOCO IN ENGELAND.

E BAROK WERD IN ENGELAND NOOIT ALGEMEEN: DE ITALIAANSCHE KLASsicistische opvatting van Inigo Jones, zooals die blijkt uit Banquetinghall te Londen, diende het later levend geslacht als voorbeeld.

Het puriteinsché, Protestantsche volk is op maatschappelijk en kerkelijk gebied streng en nuchter en bovenal conservatief. Het hof daarentegen, en tevens een gedeelte der aristocratie

Katholiek, is, in navolging van het Fransche hof, meer geneigd tot de Fransche barokke opvatting.

Karei II (1660—.1685), een verkwister en strever naar wereldlijke genietingen, leefde langen tijd in Frankrijk. Jacobus II (1685—1689) week naar Frankrijk uit. Beide waren voorstanders van het absolute monarchisme, waaraan door den overkomst van den Nederlandschen stadhouder Willem III (1689—1702) een eind wordt gemaakt. Nu volgt een tijdperk van bloei op architectonisch gebied, waarbij Hollandsche tradities zich doen gelden.

Twee bouwmeesters beheerschen dit tijdvak. Sir Christopher Wren (1632—1723), professor in de astronomie

te Oxford, wiskundige, maar een veelzijdig, vaak origineel talent, is meer wetenschappelijk dan fantastisch. Hij reisde in Frankrijk, en onderging hier den invloed van Perrault; de werken van Bernini en Palladio echter leerde hij slechts van afbeeldingen. De algemeene opvatting van het Engelsche volk benaderend, toont hij in zijn scheppingen slechts een neiging naar de Barok. Onder zijn volgelingen zijn Nicholas Hawksmoor (1666—1736) en James Gibbs (1674—1754) de voornaamste.

Meer barok in zijn werk, maar veel minder fijn voelend voor verhoudingen en details, is John Vanbrugh (1666—1726), die voor het hof en den adel bouwt. Tengevolge van zijn afkomst bleef Nederlandsche invloed niet uit. Een volgeling van Vanbrugh was Thomas Archer (4/ 1743).

Opmerkelijk is het, dat de in dezen tijd overal verguisde Gothiek toch waardeering vond, o. a. Wren past ze, gemoderniseerd, vooral aan de torens van de kleinere door hem in Londen gebouwde kerken toe, terwijl in Schotland William Bruce (f 1710) gevoel toont te hebben voor de inheemsche Schotsche bouwkunst. Echter, terwijl op het vaste land van Europa de bouwmeesters streven naar steeds grootscher opvatting en fantasievoller detailleering, grijpt de Engelsche bouwmeester in de 18e eeuw weer terug naar

Fig. 953. Radcliffe Bibliotheek te Oxford.

Sluiten